Kroos maakt voorzichtig een comeback in de Betuwe

De kroos, ook wel kersenpruim genoemd, maakt na tientallen jaren van vergetelheid een voorzichtige comeback. In Beneden-Leeuwen teelt fruitteler Thijs Blanken de kleine roodgele vrucht opnieuw.

Mensen plukken kroos in een boomgaard in Beneden-Leeuwen
Mensen plukken kroos in een boomgaard in Beneden-Leeuwen · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

In Beneden-Leeuwen wordt de kroos opnieuw geoogst. Fruitteler Thijs Blanken zette de boomgaard van zijn ouders voort en plukt er samen met anderen de kleine roodgele vruchten. De fruitsoort was ooit veel te vinden in de Betuwe, het Land van Maas en Waal en Zeeland. „Het is een passie”, zegt Blanken. „De kroos was vroeger heel bekend in de Betuwe, het Land van Maas en Waal en Zeeland.”

De kroos wordt ook wel kersenpruim genoemd. De vrucht lijkt op een kleine pruim en is volgens Blanken een zelfstandige fruitsoort. Een halve eeuw geleden stonden er in de Betuwe en het Land van Maas en Waal nog veel boomgaarden met krozenbomen.

Economische oorzaken

Dat de kroos grotendeels uit de teelt verdween, had vooral economische oorzaken. Krozen groeiden meestal aan hoogstambomen. Het plukken daarvan kostte meer tijd en geld dan het oogsten van laagstambomen, die in de moderne fruitteelt steeds gebruikelijker werden.

De overheid stimuleerde in de jaren vijftig, zestig en zeventig de omschakeling naar een modernere fruitteelt. Fruittelers konden een premie krijgen voor het rooien van oude boomgaarden. In 1970 kwam daar een regeling van de toenmalige Europese Economische Gemeenschap bij. Die moest de overproductie terugdringen en versnelde het verdwijnen van hoogstamboomgaarden. In Nederland werd naar schatting ongeveer 19.000 hectare oude boomgaard gerooid.

Ook eigenschappen van de kroos maakten commerciële teelt minder aantrekkelijk. De bomen bloeien soms al in januari. Daardoor kan nachtvorst de bloesem beschadigen en een groot deel van de oogst laten mislukken. Daarnaast bevat de vrucht minder vruchtvlees dan een pruim. Volgens fruitteler Alberto Stuurbrink was de kroos daardoor commercieel minder aantrekkelijk.

Nieuwe aanplant

Van de oude krozenboomgaarden is volgens Blanken nog één oude krozenboomgaard over in Beneden-Leeuwen. Vanuit deze boomgaard worden zaailingen opgekweekt. Blanken noemt de boomgaard „een soort genenbank”.

Enkele kwekers bieden inmiddels weer jonge krozenbomen aan. Ook is er een nieuwe boomgaard aangeplant. De boom heeft weinig last van ziekten en plagen. Zo vormt de suzuki-fruitvlieg een groot probleem voor kersentelers, maar niet voor de kroos.

Ook bij fruitboomkwekerij De Batterijen in Ochten groeit de belangstelling. Stuurbrink verkoopt er krozenbomen. Hij verwacht vooral vraag vanuit particuliere tuinen, omdat mensen een vergeten fruitsoort en een makkelijke boom aantrekkelijk vinden.

Lees ook