De ooievaar heeft zich in Nederland sterk hersteld. Vorig jaar telde Sovon ongeveer 2000 broedparen, terwijl er begin jaren tachtig nog slechts zestien paren waren. Wereldwijd nam het aantal ooievaars in de afgelopen tien jaar met circa 20 procent toe.
In augustus zijn veel ooievaars goed zichtbaar, omdat de trekperiode begint. De eieren komen doorgaans in april en mei uit. Jonge vogels blijven daarna negen tot tien weken op het nest en kunnen in augustus vliegen.
Herstel na bijna-uitsterven
In de jaren zestig was de ooievaar in Nederland vrijwel verdwenen. Een belangrijke oorzaak was DDT, een landbouwgif dat na de Tweede Wereldoorlog op grote schaal werd ingezet tegen insecten in de fruitteelt. De stof blijft lang in de bodem aanwezig en werd in 1973 in Nederland verboden. Inmiddels is DDT nergens meer toegestaan in Europa.
De Vogelbescherming begon eind jaren zestig met een reddingsprogramma. In de jaren zeventig, tachtig en negentig werden ooievaars gefokt en in Nederland uitgezet. De populatie groeide daarna snel en in 2004 verdween de soort van de Rode Lijst.
Wim van Nee van Stichting Ooievaars Research & Knowhow, STORK, denkt dat de soort ook profiteert van een bredere internationale groei. Hij noemt de ooievaar een vogel die zich makkelijk aanpast aan veranderende omstandigheden. Als een voedselbron wegvalt, zoekt de vogel ander voedsel, zoals insecten, wormen, torren en kevers.
Van Nee ziet geen reden om te vrezen dat ooievaars andere soorten zullen verdringen. Wel vindt STORK dat er terughoudend moet worden omgegaan met kunstnesten, de gevlochten manden op hoge palen. Die hulpmiddelen zijn volgens de stichting niet langer nodig.
Jonge vogels vertrekken als eerste
Nederlandse ooievaars trekken deze en volgende maand zuidwaarts via België, Frankrijk en Spanje. Veel vogels overwinteren in Spanje of West-Afrika. De jonge ooievaars beginnen als eerste aan de reis, zonder hun ouders.
Daardoor zoeken jonge vogels zelf hun weg en vliegen zij vaak meer kilometers dan volwassen exemplaren. Volwassen ooievaars vertrekken later en volgen doorgaans een directere route. Vanaf februari keren zij terug naar het noorden om te broeden, terwijl jonge ooievaars vaak enkele jaren in Afrika of Spanje blijven voordat zij zelf jongen krijgen.



