De belangstelling voor huurwoningen in de vrije sector is sterk teruggelopen. In het derde kwartaal kregen woningen gemiddeld 23 reacties, tegenover 40 in dezelfde periode een jaar eerder. Advertenties blijven daardoor langer online dan voorheen.
De hogere huurprijzen lijken een belangrijke oorzaak van de dalende vraag. De huurprijs per vierkante meter steeg met 4,4 procent. Dat is een sterkere stijging dan die van de koopprijzen en de inflatie.
Minder aanbod, grotere prijsverschillen
Tegelijkertijd is het aanbod afgenomen. In het derde kwartaal werden 13.527 vrijesectorhuurwoningen aangeboden. Een jaar eerder waren dat er nog 15.515. Volgens Pararius verkopen verhuurders hun woningen onder meer door de Wet betaalbare huur en de hogere belastingdruk vaker in plaats van ze te blijven verhuren.
Sinds de invoering van de wet zijn volgens Pararius ruim 76.000 huurwoningen door uitponding uit de huurmarkt verdwenen. Daarbij worden huurwoningen verkocht aan kopers. Die ontwikkeling zet volgens de organisatie nog steeds door.
De betaalbaarste huurwoningen zijn relatief schaars. Woningen met een maandhuur tot 1.500 euro vertegenwoordigen een derde van alle reacties, terwijl ze slechts een vijfde van het beschikbare aanbod vormen. Voor deze woningen is de concurrentie dus groter dan voor duurdere huurwoningen.
Duurdere woningen staan langer online
Een woning met een huurprijs tot 1.500 euro vindt gemiddeld binnen vijftien dagen een nieuwe huurder. Woningen met een maandhuur boven 2.000 euro blijven gemiddeld 27 dagen beschikbaar. Ook deze duurdere huurwoningen verdwijnen volgens Pararius steeds vaker naar de koopmarkt.
Amsterdam is met 28,65 euro per vierkante meter de duurste stad voor vrijesectorhuur. Amstelveen volgt met 24,72 euro en Haarlem met 24,34 euro. In Zwolle ligt de gemiddelde prijs op 14,32 euro per vierkante meter, in Leeuwarden op 14,33 euro en in Helmond op 15,31 euro.



