Shell wist in 2013 dat de Nembe Creek Trunk Line op tientallen plaatsen illegaal werd afgetapt, maar besloot de oliepijpleiding in Nigeria toch te blijven gebruiken. Interne documenten laten ook zien dat het concern rekening hield met ernstige milieuschade en grote hoeveelheden gestolen olie.
De leiding is 97 kilometer lang en loopt door de Nigerdelta. Shell schatte dat door de lekkages ongeveer negenduizend hectare land en een vergelijkbaar wateroppervlak met olie was vervuild. Naar schatting werd 30 procent van de olie gestolen. De gestolen olie werd verwerkt in ongeveer honderd illegale raffinaderijen.
Een hoge Shell-manager schreef in mei 2013 dat het bedrijf de leiding had kunnen stilleggen, maar daar niet voor koos. Twee maanden eerder had de top van Shell-dochter SPDC gewaarschuwd dat de situatie in het gebied „extreem slecht” was en dat olie veel kreken volledig bedekte. De manager kon het gebruik van de leiding alleen steunen als de omstandigheden snel en ingrijpend zouden verbeteren.
Het een jaar stilleggen van de NCTL om illegale aftappunten te verwijderen en de leiding te repareren zou volgens een Shell-werkgroep 194 miljoen dollar kosten. Dat bedrag bestond onder meer uit reparatiekosten en gemiste inkomsten uit de olieverkoop. De leiding bleef uiteindelijk nog jaren in gebruik, ondanks de gezondheids-, veiligheids- en milieuregels die binnen Shell golden. Het hoofdkantoor verleende daarvoor van mei 2013 tot eind 2016 een vrijstelling.
Documenten uit rechtszaak
De bevindingen staan in een rapport van acht ngo’s, waaronder Amnesty International en SOMO. De organisaties konden gebruikmaken van documenten die advocatenkantoor Leigh Day via een Britse rechtszaak in handen kreeg. Een rechter verplichtte Shell vorig jaar om 300.000 interne documenten af te staan. Daarvan werden 27 stukken openbaar gemaakt.
Leigh Day vertegenwoordigt 13.652 boeren en vissers uit de gemeenschappen Bille en Ogale. Zij eisen schadevergoeding en de opruiming van de vervuiling. Alleen rond Bille stroomde tussen 2011 en 2013 86 keer olie het milieu in.
Advocaat Daniel Leader zegt dat de documenten erop wijzen dat Shell illegale aftappunten bewust accepteerde om de pijpleiding open te houden. „Volgens Shells eigen schatting werd zo’n 30 procent van de olie gestolen, maar zolang ze de andere 70 procent konden blijven verkopen, vonden ze het goed”, aldus Leader.
Uit de stukken blijkt verder dat managers twijfelden aan de integriteit binnen SPDC. Een manager schreef in 2012 dat samenzwering, nepotisme en corruptie door de organisatie stroomden en dat de gedragscode van Shell volledig werd genegeerd. De inhoudelijke behandeling van de rechtszaak begint in mei volgend jaar.



