Het aantal private huurwoningen in Nederland is in 2025 gedaald met 22.000 woningen. Dat is een veel sterkere afname dan een jaar eerder, toen de voorraad met 3.000 woningen kromp. In totaal zijn er nu nog 1,16 miljoen private huurwoningen.
Tegelijkertijd kwamen er 81.000 koopwoningen bij. Woningcorporaties breidden hun bezit uit met 14.000 woningen. De cijfers komen uit onderzoek van het CBS in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken.
Private huurwoningen zijn eigendom van particulieren, bedrijven of organisaties zoals stichtingen. Vooral particuliere verhuurders verkochten woningen. Hun voorraad nam af met 37.000 huizen, een daling van 7 procent, tot 492.000 woningen. Een jaar eerder bedroeg de afname 22.000 woningen.
Ook bedrijven hadden 14.000 huurwoningen minder. Stichtingen kregen er juist 29.000 woningen bij. Volgens het CBS komt die stijging vooral doordat eigenaren hun bedrijfsvorm wijzigden, bijvoorbeeld door verder te gaan als stichting. Het gaat daardoor niet alleen om woningen die daadwerkelijk zijn verkocht.
Vooral in Utrecht en Noord-Holland
De verschuiving van huur naar koop was het grootst in Utrecht en Noord-Holland. Daar werd respectievelijk 14 en 13 procent van de particuliere huurwoningen een koopwoning. Limburg en Zeeland kenden met 6 en 7 procent de kleinste daling.
In de vier grootste steden lag het aandeel nog hoger. In Utrecht ging 15 procent van de particuliere huurwoningen over naar de koopsector. Amsterdam volgde met 12 procent. In Den Haag en Rotterdam kwam het aandeel uit op 11 procent.
De woningen die naar de koopmarkt gingen, waren gemiddeld groter, nieuwer en duurder dan de huurwoningen die overbleven. De gemiddelde WOZ-waarde van deze woningen bedroeg 375.000 euro. Bij de woningen die in de verhuur bleven, was dat gemiddeld 327.000 euro.



