De Europese Centrale Bank (ECB) verhoogt haar belangrijkste rente van 2,25 naar 2,5 procent. De centrale bank wil daarmee de inflatie in de eurozone terugbrengen naar ongeveer 2 procent op middellange termijn.
De inflatie liep in augustus op naar 3,3 procent, tegenover 2,9 procent in juli. Dat is het hoogste niveau in bijna drie jaar. Vooral energie is duurder geworden. Door de oorlog in het Midden-Oosten zijn de prijzen van olie en gas gestegen, waardoor bedrijven meer betalen voor onder meer transport en productie. Een deel van die hogere kosten wordt doorberekend aan consumenten.
De ECB verhoogde de rente in juni al voor het eerst sinds september 2023. Met het nieuwe besluit probeert de bank de inflatie verder te stabiliseren. Een hogere rente maakt lenen minder aantrekkelijk, waardoor consumenten en bedrijven mogelijk minder uitgeven. Tegelijk kan sparen aantrekkelijker worden.
Gevolgen voor leningen en hypotheken
De renteverhoging kan doorwerken in de tarieven voor leningen, spaarproducten en hypotheken. Europese banken ontvangen meer rente over geld dat zij bij de ECB stallen. Zij kunnen die hogere vergoeding deels doorgeven aan spaarders. Voor nieuwe leningen en hypotheken kunnen de rentetarieven juist oplopen.
Veel hypotheekrentes zijn al gestegen, omdat financiële markten eerder rekening hielden met een renteverhoging. De belangrijkste hypotheekrentes bereikten vorige week hun hoogste niveau van 2026. Een bestaande hypotheek wordt daardoor niet automatisch direct duurder. Veel huiseigenaren hebben hun rente voor langere tijd vastgezet. Vooral mensen die nu een hypotheek afsluiten, onder wie starters, kunnen de hogere tarieven merken.
Een hogere rente kan de economische groei afremmen doordat huishoudens en bedrijven minder lenen en besteden. Daarom wil de ECB de rente niet te snel verhogen. Over volgende stappen bestaat nog onzekerheid. Financiële markten houden rekening met nog twee of meer verhogingen, terwijl economen daar terughoudender over zijn.
Ook binnen de ECB verschillen de opvattingen. Sommige bestuurders vinden verdere renteverhogingen nodig. Anderen willen eerst afwachten hoe de oorlog in het Midden-Oosten zich ontwikkelt en welke gevolgen dat heeft voor de brandstofprijzen.



