De Europese Centrale Bank (ECB) heeft het belangrijkste rentetarief in de eurozone gehandhaafd op 2,5 procent. Daarmee kiest de centrale bank voor een rentepauze, terwijl de inflatie in het eurogebied nog altijd duidelijk boven de doelstelling ligt.
De ECB wil eerst meer tijd nemen om te beoordelen wat de eerdere renteverhogingen doen. Het tarief werd in september met 0,25 procentpunt verhoogd. Ook in juni gingen de leenkosten met 0,25 procentpunt omhoog. Hogere rentes maken lenen duurder en kunnen daardoor de vraag naar producten en diensten afremmen.
Inflatie loopt verder op
De inflatie in de eurozone kwam in september uit op 3,8 procent. Dat is het hoogste niveau in drie jaar en ruim boven de doelstelling van de ECB, die mikt op een inflatie van rond de 2 procent. In februari lag de inflatie nog op 1,9 procent.
De stijging hangt samen met hogere brandstofprijzen. Door de oorlog in het Midden-Oosten zijn de brandstofprijzen wereldwijd flink opgelopen. Vooral automobilisten merken dat aan de pomp, waar tanken duurder is geworden. Hogere brandstofkosten kunnen ook andere prijzen opdrijven, bijvoorbeeld doordat vervoer en productie duurder worden.
Economen hadden al rekening gehouden met het handhaven van de rente. De rentepauze betekent dat de ECB voorlopig geen nieuwe verhoging doorvoert, ondanks de oplopende inflatie. De centrale bank houdt daarmee ruimte om de gevolgen van de eerdere renteaanpassingen af te wachten.
De rente van de ECB werkt door in de financieringskosten van banken, bedrijven en huishoudens. Een ongewijzigd tarief betekent dat er vanuit de centrale bank geen nieuwe directe verandering komt in de rentestand. De gevolgen voor consumenten en ondernemingen hangen daarnaast af van de tarieven die banken zelf hanteren.



