Staat moet schilderij van Van Goyen teruggeven aan erfgenamen Goudstikker

De Nederlandse Staat moet het schilderij Vissers aan de oevers van een plas van Jan van Goyen teruggeven aan de erfgenamen van kunsthandelaar Jacques Goudstikker. Dat adviseert de Restitutiecommissie.

De Restitutiecommissie adviseert de Staat een schilderij van Jan van Goyen terug te geven aan de erfgenamen van Goudstikker
De Restitutiecommissie adviseert de Staat een schilderij van Jan van Goyen terug te geven aan de erfgenamen van Goudstikker · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

De Restitutiecommissie adviseert de Nederlandse Staat om het schilderij Vissers aan de oevers van een plas van Jan van Goyen terug te geven aan de erfgenamen van Jacques Goudstikker. Het werk maakt deel uit van de Rijkscollectie en hangt in het Mauritshuis in Den Haag.

Het schilderij behoorde tot de collectie van Goudstikker, een vooraanstaande Joodse kunsthandelaar. Zijn kunstbezit kwam tijdens de Tweede Wereldoorlog in handen van de nazi's. De erfgenamen proberen al jaren werken uit de collectie terug te krijgen.

Onderzoek naar eigendom

Het Expertisecentrum Restitutie van het NIOD onderzocht de herkomst van het schilderij. Volgens de onderzoekers is het in hoge mate aannemelijk dat Goudstikker de oorspronkelijke eigenaar was. Ook staat volgens het onderzoek vast dat het werk onder het naziregime onvrijwillig is afgestaan.

Staatssecretaris van Cultuur en Media vroeg de Restitutiecommissie in 2023 om advies over een verzoek tot teruggave. Dat verzoek werd ingediend door Marei von Saher, de weduwe van de enige zoon van Goudstikker.

Goudstikker vluchtte kort na de Duitse inval met zijn gezin naar Engeland. Hij kwam tijdens de overtocht door een ongeluk om het leven. Zijn Amsterdamse kunsthandel bleef achter met 1113 kunstwerken.

De nazi's benoemden personeelslid Arie ten Broek tot directeur van de kunsthandel. Hij sloot overeenkomsten over de verkoop van de kunstwerken en de handelsnaam J. Goudstikker met een Duitse bankier en Hermann Göring, een prominente nazi.

Volgens de commissie was van een vrijwillige verkoop geen sprake. De weduwe van Goudstikker, die grootaandeelhouder was, had niet met de verkoop ingestemd. Daarnaast was Ten Broek volgens de commissie ongeldig benoemd en konden de Duitse kopers de werken mede door hun positie binnen het naziregime verwerven.

Eerdere teruggaven

Na de oorlog raakte de weduwe verwikkeld in een procedure over rechtsherstel met de Nederlandse Staat. De commissie schrijft dat Nederlandse instanties zich destijds „kil en formalistisch” opstelden.

De commissie adviseerde eerder al over teruggave van kunst uit de collectie. In 2005 ging het om 202 werken en in 2013 om drie andere kunstwerken. De Staat nam beide adviezen over.

Ook een schilderij uit de collectie dat in Argentinië was opgedoken, is onlangs aan de erfgenamen teruggegeven. Het ging om het Damesportret, dat in het bezit was van de dochter en schoonzoon van een nazi die na de oorlog naar Argentinië vluchtte.

Lees ook