Rozenkransschilderijen uit Antwerpen zijn tijdelijk van dichtbij te zien

Vijftien zeventiende-eeuwse schilderijen uit de Sint-Pauluskerk in Antwerpen zijn tijdelijk op ooghoogte te bekijken in Het Noordbrabants Museum. De tentoonstelling laat zien hoe gebedssnoeren en herhaling in uiteenlopende culturen betekenis krijgen.

Bezoekers bekijken de rozenkransschilderijen uit de Sint-Pauluskerk in Het Noordbrabants Museum
Bezoekers bekijken de rozenkransschilderijen uit de Sint-Pauluskerk in Het Noordbrabants Museum · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Vijftien schilderijen over de mysteriën van de rozenkrans uit de Sint-Pauluskerk in Antwerpen zijn tijdelijk te zien in Het Noordbrabants Museum. De werken hingen normaal vier meter hoog in de noordelijke zijbeuk van de kerk, maar zijn wegens een restauratie van de muur gehaald. Bezoekers kunnen daardoor details zien die op de oorspronkelijke plek nauwelijks zichtbaar zijn.

De reeks werd rond 1617 gemaakt door twaalf Antwerpse kunstenaars en bestaat uit panelen van hetzelfde formaat. Samen verbeelden ze belangrijke episoden uit het leven van Maria en Christus. Frans Francken schilderde bijvoorbeeld de Visitatie, met Maria en haar nicht Elisabeth centraal in een landschap waarin ook kleine dieren en een huisjesslak zijn opgenomen.

Drie groepen van vijf

De schilderijen zijn verdeeld in drie reeksen van elk vijf taferelen: de blijde, droeve en glorieuze mysteriën. De eerste groep gaat over de geboorte en jeugd van Christus, de tweede over zijn lijden en de derde over gebeurtenissen na de kruisiging en verrijzenis. De afbeeldingen hielpen gelovigen bij het overdenken van de gebeden van de rozenkrans.

Bij dat gebed wordt een snoer met kralen gebruikt om herhalingen van onder meer het Ave Maria en het Onze Vader bij te houden. De vingers volgen de kralen, terwijl de gelovige mediteert over de afzonderlijke mysteries. Paus Johannes Paulus II voegde in 2002 vijf mysteriën van het licht toe aan de bestaande vijftien.

De tentoonstelling toont ook verschillen in de Antwerpse barok. In de Annunciatie van Hendrik van Balen zijn de figuren fors en statig uitgewerkt. Peter Paul Rubens koos in zijn Geseling van Christus juist voor beweeglijke, grotendeels naakte lichamen, terwijl Matthijs Voet met Pinksteren een kleurrijke groep rond Maria en de apostelen schilderde.

Tellen als ritueel en herinnering

Naast de katholieke rozenkrans belicht de tentoonstelling andere vormen van tellen en herhaling. Moslims gebruiken een tasbih om lofprijzingen aan God te tellen, en in het boeddhisme dient een juzu bij het reciteren van mantra's.

Hedendaagse kunstenaars sluiten daarbij aan met eigen interpretaties van snoeren en koorden. Mona Hatoum maakte met Worry Beads uit 2009 een bronzen tasbih op monumentale schaal, met kralen zo groot als kanonskogels. Cecilia Vicuña verwijst in Quipu Austral uit 2012-2013 naar de geknoopte koorden waarmee bewoners van de Andes informatie vastlegden.

Ook tien ingezonden kralensnoeren krijgen een plaats. Daaronder is een kanjerketting voor kinderen met kanker, waarvan iedere kraal een medische behandeling markeert. Zo krijgt het tellen van kralen niet alleen een religieuze, maar ook een persoonlijke functie als herinnering aan ingrijpende ervaringen.

Lees ook