Nederland draagt twintig culturele voorwerpen over aan Indonesië. De objecten zijn tijdens de koloniale periode geroofd of onder dwang verkregen en daarna naar Nederland gebracht. Onder de stukken bevinden zich de diamant van Banjarmasin, een handgeschreven koran uit Atjeh en meerdere grafstenen.
Achttien voorwerpen waren onderdeel van de collectie van het Wereldmuseum. De overige twee waren afkomstig uit het Rijksmuseum. De juridische overdracht wordt vastgelegd in een overeenkomst die de Nederlandse minister van Cultuur, Letschert, en haar Indonesische ambtsgenoot in Amsterdam ondertekenen.
Onderzoek naar herkomst
De Commissie Koloniale Collectie onderzocht de herkomst van de twintig objecten. De commissie concludeerde dat Indonesië het bezit ervan onvrijwillig is kwijtgeraakt. Daarmee volgt minister Letschert het advies van de commissie op.
Volgens Letschert hebben de voorwerpen grote culturele en historische betekenis voor Indonesië. "Ze hadden nooit in Nederland moeten zijn. Dit onrecht zetten we nu recht", zegt de minister.
Het Wereldmuseum steunt de teruggave. Directeur Marieke van Bommel zegt dat voorwerpen die op oneigenlijke wijze in een collectie terecht zijn gekomen, terug moeten naar het land van herkomst. Bij sommige objecten is volgens haar duidelijk dat ze tijdens een oorlog zijn verworven. In andere gevallen wordt de herkomst nader onderzocht, bijvoorbeeld na een restitutieverzoek.
De objecten blijven nog enkele maanden in Nederland. In die periode worden ze verpakt en worden de documenten voor het transport naar Indonesië geregeld. Daarna worden de twintig stukken overgebracht naar hun land van herkomst.



