Holocaust-overlevende Irene Butter op 95-jarige leeftijd overleden

Irene Butter is op 95-jarige leeftijd overleden in de Verenigde Staten. De Holocaust-overlevende vertelde tientallen jaren over haar ervaringen in Nederland, het kamp Bergen-Belsen en haar ontmoeting met Anne Frank.

Holocaust-overlevende Irene Butter tijdens een bijeenkomst in de Verenigde Staten
Holocaust-overlevende Irene Butter tijdens een bijeenkomst in de Verenigde Staten · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Irene Butter is op 95-jarige leeftijd overleden in de Verenigde Staten. De Duits-Amerikaanse overlevende van de Holocaust bleef tot op hoge leeftijd vertellen over de Jodenvervolging die zij als kind in Nederland meemaakte. Daarbij sprak ze ook geregeld over haar buurtgenoot Anne Frank.

Butter werd in 1930 geboren in Berlijn. Haar familie verhuisde vanwege het toenemende antisemitisme naar Nederland. Vanaf 1937 woonde het gezin in dezelfde buurt als Anne Frank, die Butter zich herinnerde als "populair en ondeugend".

Na de Duitse inval probeerde Butters vader via de Ecuadoraanse ambassade in Zweden paspoorten voor het gezin te regelen. Daarmee hoopte hij het land te kunnen verlaten. Voordat er antwoord kwam, werd het gezin opgepakt en naar Westerbork gebracht.

Na enkele maanden arriveerden alsnog vier Ecuadoraanse paspoorten. De documenten konden het gezin niet meer helpen om uit Nederland te vertrekken, maar gaven wel enige bescherming. Duitsland wilde mensen met buitenlandse paspoorten mogelijk ruilen tegen Duitse staatsburgers in andere landen. Daardoor werden Butter en haar familie in Bergen-Belsen iets beter behandeld dan veel andere gevangenen.

In dat kamp zag Butter Anne Frank opnieuw. Ze probeerde een bundel kleding over het prikkeldraad naar haar toe te gooien, maar een andere gevangene ging ermee vandoor. "Daarna heb ik haar nooit meer gezien", vertelde Butter later.

Leven na de oorlog

Het gezin maakte deel uit van een gevangenenruil en mocht via Zwitserland vertrekken. Butters vader overleed onderweg in de trein aan de gevolgen van de ontberingen. "We waren vlak bij de vrijheid, maar hij redde het niet", zei Butter daarover.

Omdat haar moeder en broer in een ziekenhuis moesten aansterken, reisde Butter als 17-jarige alleen verder naar Zuid-Amerika. Eind 1945 kon ze doorreizen naar familie in de Verenigde Staten, waar ze met haar moeder en broer werd herenigd.

Butter zweeg lange tijd over haar ervaringen. Vanaf de jaren 80 vertelde ze kinderen over de oorlog, omdat ze wilde voorkomen dat een dergelijke geschiedenis zich zou herhalen. Ze schreef ook het boek Reni's reis over haar omzwervingen.

Voor haar inzet kreeg ze in 2024 het Bundesverdienstkreuz. De Nederlandse ambassade in de Verenigde Staten kende haar de Anne Frank Award toe vanwege haar strijd tegen intolerantie. Na de Russische inval in Oekraïne zei Butter in 2022: "We hebben niet geleerd de vernietiging van mensenlevens te voorkomen." Ze riep mensen op zich uit te spreken tegen onrecht en niet aan de zijlijn te blijven staan.

Lees ook