Marco Borsato stapt naar de rechtbank om vergoeding te krijgen voor de advocaatkosten die hij maakte in de strafzaak tegen hem. Het gaat om een bedrag van 391.000 euro. De zanger en het Openbaar Ministerie zijn het niet eens over een deel van de kosten.
De zaak wordt op 4 november behandeld door de rechtbank Midden-Nederland. Borsato is van plan daarbij aanwezig te zijn. Beide partijen hebben op verzoek van de rechtbank al schriftelijk toegelicht waarom zij een verschillend standpunt innemen.
Discussie over kosten
Geert-Jan Knoops, die Borsato samen met zijn vrouw Carry Knoops 5,5 jaar bijstond, zegt dat er op twee punten verschil van inzicht is. Het gaat onder meer om vergoedingen voor deskundigen die door de verdediging werden ingeschakeld. Ook is er discussie over onderzoek dat de advocaten uitvoerden voordat aangifte was gedaan.
“Over een aantal kostenposten verschillen we van mening en daar zal de rechtbank een knoop moeten doorhakken”, zegt Knoops. Hoe groot het bedrag is waarover precies wordt gesteggeld, wil hij pas tijdens de zitting bekendmaken.
De aangifte tegen Borsato werd in december 2021 gedaan. De zanger werd beschuldigd van ontucht met een minderjarige. Daarvoor deden al langere tijd verhalen de ronde over mogelijk grensoverschrijdend gedrag. Knoops had het Openbaar Ministerie eerder opgeroepen de kwestie te onderzoeken.
Vrijspraak
Borsato werd begin december 2025 vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Het Openbaar Ministerie had vijf maanden cel geëist, maar ging na de uitspraak niet in hoger beroep.
Wie in Nederland wordt vrijgesproken in een strafzaak, kan in principe vragen om vergoeding van de gemaakte kosten. Dat verzoek wordt schriftelijk behandeld, maar bij onenigheid over de hoogte van het bedrag kan de rechter een beslissing nemen. In deze zaak lukt het partijen niet om daar onderling uit te komen.
De advocaatkosten werden gemaakt in de jaren waarin Borsato zich tegen de verdenking verdedigde. De rechtbank moet nu bepalen welke kosten voor vergoeding in aanmerking komen en welk bedrag de staat eventueel moet betalen.



