Japanse rijstboeren vrezen nieuwe tekorten aan kunstmest door de onrust rond Iran. De stijgende kosten voor grondstoffen, transport en scheepsverzekeringen kunnen uiteindelijk ook de prijs van rijst verhogen.
Voor rijsttelers is kunstmest nodig om voldoende opbrengst en kwaliteit te halen. Stikstof stimuleert de groei van de plant, fosfaat helpt bij de vorming van rijstkorrels en kalium maakt de plant weerbaarder. Japan is voor vrijwel alle benodigde grondstoffen afhankelijk van import.
Ook de productie van kunstmest is kwetsbaar voor verstoringen in de energiehandel. Daarbij is veel aardgas nodig, terwijl Japan bijna 98 procent van zijn aardgas invoert. Ongeveer 6 procent daarvan komt via de Straat van Hormuz, een belangrijke route voor de internationale handel in energie en meststoffen.
Via deze zeestraat gaat bijna een derde van de wereldhandel in ureum, een veelgebruikte stikstofmeststof. Als schepen er vertraging oplopen of uitwijken, kan dat de beschikbaarheid van kunstmest snel onder druk zetten.
Noodvoorraad raakt uitgeput
Japan had een strategische voorraad kunstmest aangelegd die ongeveer drie maanden moest kunnen overbruggen. Daarmee konden boeren de eerste gevolgen van problemen in de aanvoer opvangen. Na de aangekondigde wapenstilstand tussen de Verenigde Staten en Iran ontstond de hoop dat die voorraad snel kon worden aangevuld, maar dat gebeurde niet.
Daardoor dreigen alsnog tekorten. Tegelijk kopen groothandelaren extra partijen in uit vrees voor nieuwe verstoringen. Die grotere vraag draagt bij aan hogere prijzen, naast de duurdere verzekering en vrachtkosten voor schepen.
Rijstboer Norihito Morishima uit Haga teelt de premiumsoort Yudai 21. Voor die rijst is hoogwaardige kunstmest nodig, omdat telers daarmee onder meer de lengte van de planten kunnen beheersen. Morishima zegt dat de komende drie jaar voor boeren een "kwestie van overleven" kunnen worden.
Minder afhankelijkheid kost tijd
Japan probeert de afhankelijkheid van afzonderlijke landen en handelsroutes te verkleinen. Ongeveer driekwart van de Japanse ureumimport komt inmiddels uit Maleisië. Fosfaat wordt voor een groot deel betrokken uit China en Marokko.
Verder zet Japan in op zuiniger gebruik van kunstmest, compost en dierlijke mest. Ook wordt gewerkt aan het terugwinnen van fosfaat uit rioolslib. Die alternatieven kunnen de afhankelijkheid op termijn verminderen, maar zijn voorlopig te beperkt om een groot tekort snel op te vangen.
De kunstmestmarkt leek in mei nog rustiger te worden, toen de gemiddelde prijzen 4,3 procent lager lagen. De aanhoudende geopolitieke spanningen kunnen die daling echter tenietdoen en de voedselproductie opnieuw duurder maken.



