Bij een Russische droneaanval op 6 juli in de Oekraïense stad Zaporizja zijn drie mensen omgekomen. Onder hen was de 19-jarige studente Tatiana Bubynets. Zes drones vielen die dag een benzinestation aan.
Onderzoekers die de brokstukken onderzochten, zeggen dat de drones waarschijnlijk autonoom konden opereren. Dat betekent dat ze zelfstandig doelen konden herkennen en konden bepalen of die moesten worden aangevallen. De drones kregen vermoedelijk de opdracht om naar het benzinestation te vliegen en daar zelf een preciezer doel te selecteren.
Of de drie burgers daadwerkelijk door de drones als doelwit zijn aangemerkt, staat niet vast. Drone-expert Vadym Kushnikov, die bij het onderzoek betrokken was, acht dat wel mogelijk. "Omdat de drone zelf het doelwit kan bepalen, kan die ook op het laatste moment van doelwit veranderen. Hij kan dus ook op een mens vergrendelen en die persoon tot aan de inslag blijven achtervolgen."
De onderzoekers vonden in de drones chips van de Amerikaanse fabrikant Nvidia. Die zijn geschikt voor geavanceerde AI-systemen. Ook ontbraken antennes, wat erop wijst dat de drones tijdens hun vlucht niet door een menselijke operator werden aangestuurd.
Menselijke controle
AI wordt al langer ingezet in oorlogsvoering. De Verenigde Staten gebruiken de technologie onder meer om inlichtingen snel te analyseren en mogelijke doelen vast te stellen. Ook Oekraïne beschikt over drones die onderweg objecten kunnen herkennen en hun koers daarop kunnen aanpassen.
Het herkennen van militair materieel is volgens defensiespecialist Peter Wijninga relatief eenvoudig. "Je kunt een computer gewoon leren hoe een Russische tank eruitziet, dat is relatief eenvoudig. Maar het doden van mensen is toch wel een stap verder."
De Verenigde Naties en het Rode Kruis willen strengere internationale afspraken over autonome wapens. Zij waarschuwen dat de wereld dicht bij een morele grens komt als machines zelfstandig mensen aanvallen. Tijdens een wapentop in Genève in november moeten hierover duidelijke regels worden besproken.
In het Westen wordt volgens Wijninga waarschijnlijk gepleit voor een zogenoemde zinvolle menselijke tussenkomst. Een drone zou dan zelfstandig mogen vliegen en doelen herkennen, maar een mens moet beslissen of de aanval doorgaat. Kushnikov verwacht beperkingen, maar betwijfelt of die de huidige inzet van Russische drones tegen de burgerbevolking snel zullen veranderen.



