De Tsjechische politie is begonnen met de opgraving van de resten van Jan Masaryk. De voormalige minister van Buitenlandse Zaken kwam op 10 maart 1948 onder verdachte omstandigheden om het leven. Zijn lichaam werd gevonden onder het raam van zijn woning.
De resten worden onderzocht met moderne forensische technieken. Daarmee hopen onderzoekers meer duidelijkheid te krijgen over de manier waarop Masaryk om het leven kwam. Agenten bewaken de begraafplaats waar de opgraving plaatsvindt.
Twijfels over officiële lezing
Masaryk was van 1940 tot zijn dood minister van Buitenlandse Zaken. Hij stond bekend als een prowesterse en liberale politicus. Na de communistische machtsovername in februari 1948 weigerde hij zijn ontslag in te dienen.
De communistische autoriteiten concludeerden destijds dat Masaryk zelfmoord had gepleegd door uit het raam te springen. Die verklaring wordt al tientallen jaren betwijfeld. Er zijn aanwijzingen dat hij mogelijk is vermoord, maar de precieze omstandigheden van zijn dood zijn nooit vastgesteld.
De toen 61-jarige Masaryk was de zoon van Tomáš Garrigue Masaryk, de eerste president van Tsjechoslowakije. Zijn dood vond plaats enkele weken na de machtsovername door de communisten, een periode waarin de politieke verhoudingen in het land ingrijpend veranderden.
Onderzoek opnieuw geopend
Het onderzoek naar de dood van Masaryk werd vorig jaar heropend. Aanleiding was de ontdekking van documenten uit Frankrijk, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Welke nieuwe informatie deze stukken precies bevatten, is niet bekendgemaakt.
Met de opgraving willen de autoriteiten nagaan of de resten sporen bevatten die kunnen helpen bij het reconstrueren van Masaryks laatste momenten. Het onderzoek moet uitwijzen of de eerdere conclusie over zelfmoord standhoudt of dat er aanwijzingen zijn voor een ander scenario. Een definitieve uitkomst is nog niet bekend.



