In het noorden van Sri Lanka zijn de resten van 572 volwassenen en kinderen opgegraven. Het gaat om het grootste massagraf dat tot nu toe in het land is gevonden. Archeologen begonnen met onderzoek nadat arbeiders menselijke resten aantroffen bij werkzaamheden aan de uitbreiding van een crematorium in het Chemmani-gebied.
Bij de opgravingen kwamen naast skeletresten ook verschillende persoonlijke bezittingen naar boven. Zo werden armbanden, schooltassen en melkflesjes gevonden. De omstandigheden waaronder de lichamen zijn aangetroffen, verschillen: sommige mensen lijken formeel te zijn begraven, terwijl de meeste lichamen naakt waren.
Veel resten lagen dicht tegen elkaar aan of waren op elkaar gestapeld. De graven waren ondiep. De lichamen lagen op een diepte van ongeveer 1 tot 2 meter onder de grond.
Mogelijke link met burgeroorlog
Onderzoekers houden er rekening mee dat een deel van de slachtoffers mensen zijn die tijdens de burgeroorlog zijn verdwenen. In die oorlog vochten Tamils voor een onafhankelijke staat in het noordoosten van Sri Lanka. Het conflict duurde van 1983 tot 2009 en kostte naar schatting 100.000 mensen het leven.
Naar schatting 23.000 mensen raakten tijdens de oorlog vermist. Getuigen beschrijven het Chemmani-gebied als een plek waar duizenden mensen zouden zijn verdwenen. Een officieel verband tussen het massagraf en de burgeroorlog is vooralsnog niet vastgesteld.
In Sri Lanka zijn al tientallen andere massagraven gevonden. Ook die locaties zijn nooit officieel aan de burgeroorlog gekoppeld. Demonstranten vragen de autoriteiten opnieuw om onderzoek te doen naar de herkomst van de lichamen en duidelijkheid te geven over het lot van vermiste personen.



