Het WNF baseert zijn conclusies op gegevens van 35.803 populaties van 5.790 soorten zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen en vissen. De helft van de populaties kromp, 7 procent bleef stabiel en 43 procent groeide. Toch kwam het gemiddelde uit op een afname van 73 procent, omdat de krimp bij sommige populaties groter was dan de groei bij andere.
Het onderzoek gaat niet over het totale aantal dieren van alle soorten wereldwijd. Een populatie is een groep dieren van dezelfde soort die dicht bij elkaar leeft. De meeste diersoorten bestaan uit meerdere populaties die onderling beperkt contact hebben. Insecten, kwallen en krabben zijn niet in de analyse meegenomen.
Herstel is mogelijk
Volgens Robert Zwiers, hoofd impact van het WNF, is natuurherstel mogelijk. Hij wijst erop dat wilde dieren wereldwijd ernstig onder druk staan, maar dat sommige populaties ook herstellen.
Het WNF noemt de tijger, groene zeeschildpad, blauwvintonijn en otter in Nederland als voorbeelden. In Nederland waren otters uitgestorven. Door schoner water, het verbinden van leefgebieden en het herintroduceren van otters doen ze het er nu weer goed. De blauwvintonijn is volgens het WNF door quota voor de vangst ervan niet meer bedreigd.
Niet voor alle dieren is de ontwikkeling positief. Haaien en roggen gaan volgens Zwiers sterk achteruit. Veel soorten groeien langzaam en krijgen weinig jongen, waardoor ze kwetsbaar zijn. Ze worden gevangen en eindigen ook geregeld als bijvangst in visnetten. Bestaande afspraken volstaan volgens hem niet om deze soorten te beschermen.
Maatregelen
Om populaties die in het nauw zitten te herstellen, pleit het WNF onder meer voor duurzamere voedselproductie en een versnelling van de energietransitie. Ook moeten investeringen die de natuur schaden volgens de organisatie worden afgebouwd in de financiële sector.
De uitkomst bevestigt het beeld uit het vorige Living Planet Report uit 2024. Daarin werd eveneens vastgesteld dat de gemiddelde omvang van gemonitorde populaties wilde dieren sinds 1970 wereldwijd met 73 procent daalde. De cijfers zijn niet één op één vergelijkbaar, omdat voor het nieuwe onderzoek meer gegevens zijn gebruikt.



