President Daniel Ortega heeft aangekondigd dat er in Nicaragua geen verkiezingen meer worden gehouden. Hij deed dat tijdens de jaarlijkse herdenking van de Sandinistische revolutie, waarmee in 1979 dictator Anastasio Somoza werd verdreven.
Ortega zei dat de tijd voorbij is dat door de Verenigde Staten gesteunde partijen via verkiezingen aan de macht konden komen. Ook kondigde hij wetten aan die partijen moeten blokkeren die via verkiezingen de macht willen overnemen.
De president staat sinds 2007 opnieuw aan het hoofd van Nicaragua, nadat hij die functie ook in de jaren tachtig had bekleed. Hij werd sindsdien bij elke verkiezing herkozen, terwijl tegenstanders vooraf werden geïntimideerd, uitgesloten of gearresteerd.
Oppositie al jarenlang onder druk
Bij de verkiezingen van 2021 kreeg Ortega meer dan 75 procent van de stemmen, nadat presidentskandidaten die kans maakten op winst waren gevangengezet. Het regime bestempelde hen als verraders van het vaderland. Zij mochten daarna ook geen publieke functies meer vervullen; veel van hen verlieten Nicaragua.
Bij protesten tegen Ortega's regering in 2018 kwamen zeker 300 mensen om. Veiligheidstroepen traden toen hard op tegen vooral jonge demonstranten. Mensenrechtenorganisaties, niet-gouvernementele organisaties en kerkelijke instellingen zijn in de jaren daarna uit het land gezet of konden nauwelijks nog werken.
Ortega deelt de macht met zijn vrouw Rosario Murillo. Zij was sinds 2017 vicepresident en kreeg in 2025, na een grondwetswijziging, de titel co-president. Die wijziging verlengde de presidentiële termijn van vijf naar zes jaar en schoof de verkiezingen van dit jaar door naar 2027.
Het echtpaar heeft bovendien de controle over onder meer de rechtspraak en de strijdkrachten versterkt. Mogelijke tegenstanders binnen de legertop zijn gearresteerd of onder huisarrest geplaatst. De georganiseerde oppositie werkt daardoor vooral vanuit het buitenland.
Uithaal naar Washington
In zijn toespraak haalde Ortega ook uit naar de Verenigde Staten. Hij veroordeelde de ontvoering van de Venezolaanse leider Nicolás Maduro door de Verenigde Staten en noemde de Amerikaanse regering een gedrocht. Ook sprak hij de vrees uit voor een mogelijke Amerikaanse militaire ingreep in Cuba.
Bij de herdenking waren geen buitenlandse leiders of vertegenwoordigers aanwezig. Ortega en Murillo werken ondertussen aan een machtsopvolging binnen de familie, waarbij hun kinderen op toekomstige bestuurstaken worden voorbereid.



