Nederland maakt de komende vier jaar 18 miljoen euro vrij voor hulp aan Libanon. Daarvan gaat 7 miljoen euro naar de opvang van Libanese ontheemden en Syrische vluchtelingen. De overige 11 miljoen euro is bestemd voor verbetering van de watervoorziening.
Daarnaast stelt Nederland afzonderlijk 1,2 miljoen euro beschikbaar voor het onderzoeken en documenteren van mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht en de mensenrechten. Daarmee komt het totale bedrag dat in de bron wordt genoemd uit op 19,2 miljoen euro. Het Mensenrechtenkantoor van de Verenigde Naties in Libanon, OHCHR, ontvangt 450.000 euro van het bedrag voor onderzoek.
Minister Sjoerd Sjoerdsma van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking maakte de steun bekend tijdens een bezoek aan Libanon. Het onderzoek richt zich op mogelijke oorlogsmisdaden tijdens het conflict tussen Israël en Hezbollah. Ook incidenten waarbij hulpverleners, reddingswerkers, artsen of journalisten zijn getroffen, moeten volgens Sjoerdsma grondig worden onderzocht en gedocumenteerd.
Israël viel eerder dit jaar het zuiden van Libanon binnen en houdt daar nog steeds een deel van het grondgebied bezet. De strijd begon in maart, nadat Hezbollah-bondgenoot Iran te hulp was gekomen en Israël met raketten begon te beschieten. Tijdens de oorlog zijn in Libanon meer dan 4300 mensen omgekomen, onder wie hulpverleners, artsen en journalisten. Sinds juni geldt een staakt-het-vuren.
Geld voor vluchtelingen en water
In Libanon verblijven nog honderdduizenden Syriërs. Ook zijn vele duizenden Libanezen op de vlucht geslagen voor Israëlische aanvallen. Het geld voor opvang is bedoeld voor deze groepen.
Een deel van de 11 miljoen euro voor water gaat naar het herstel van waterinfrastructuur die in de afgelopen maanden door de oorlog tussen Israël en Hezbollah is beschadigd.
Volgens Sjoerdsma heeft het conflict tot grote ontwrichting geleid in een land dat al met ernstige problemen kampte. Met de financiële steun wil Nederland de humanitaire gevolgen van de oorlog aanpakken en bijdragen aan het vastleggen van mogelijke schendingen, zodat die verder kunnen worden onderzocht.



