De Zuid-Afrikaanse jurist Navi Pillay krijgt dit jaar de Nobelprijs voor de Vrede. Het Nobelcomité prijst haar werk voor de berechting van mensen die worden verdacht van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.
Pillay was rechter bij het Internationaal Strafhof in Den Haag. In die functie behandelde zij de zaak over de vermeende genocide op de Rohingya in Myanmar. De Rohingya zijn een islamitische minderheid die al jaren te maken heeft met vervolging en geweld.
Ook werkte Pillay van 2008 tot 2014 als Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties. In die rol sprak zij zich uit over mensenrechtenschendingen in verschillende landen en zette zij zich in voor de bescherming van slachtoffers van gewapende conflicten.
Erkenning voor juridische vervolging
Het Nobelcomité zegt dat Pillay met haar werk blijk geeft van „een enorme moed”. Volgens het comité heeft zij een belangrijke bijdrage geleverd aan pogingen om daders van ernstig internationaal geweld voor de rechter te brengen.
De Nobelprijs voor de Vrede wordt ieder jaar toegekend door het Noorse Nobelcomité. Dat bestaat uit Noorse staatsburgers die door het Noorse parlement worden geselecteerd. Zij worden benoemd voor een termijn van zes jaar.
Kandidaten voor de prijs moeten eerst worden voorgedragen. Alleen mensen en organisaties die volgens de regels van het Nobelcomité bevoegd zijn om iemand te nomineren, kunnen een kandidatuur indienen. De namen van alle voorgedragen kandidaten blijven vijftig jaar geheim.
Daardoor is vooraf niet bekend welke personen uiteindelijk op de officiële lijst staan. Ook wordt pas na tientallen jaren duidelijk wie andere kandidaten voor de prijs waren. Het comité maakt rond de bekendmaking van de winnaar wel duidelijk welke prestaties en waarden bij de keuze de doorslag hebben gegeven.
Met de toekenning aan Pillay kiest het comité voor een jurist die haar loopbaan grotendeels in dienst heeft gesteld van mensenrechten en internationale strafrechtspraak. De prijs richt daarmee de aandacht op de rol van rechtbanken bij het vervolgen van daders en het vastleggen van misdrijven tegen burgers.



