Het Kosovotribunaal in Den Haag heeft Hashim Thaci veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf. De internationale rechtbank acht bewezen dat de voormalige president van Kosovo tijdens de oorlog in de jaren 90 betrokken was bij meerdere oorlogsmisdaden, waaronder moord, marteling en onmenselijke behandelingen.
Het Openbaar Ministerie had eerder 45 jaar cel tegen Thaci geëist. De 58-jarige oud-president heeft de beschuldigingen steeds ontkend. Voorafgaand aan de uitspraak zei hij te verwachten dat hij zou worden vrijgesproken.
Ook drie voormalige commandanten van het Kosovo Bevrijdingsleger, het UCK, stonden terecht. Zij zijn eveneens schuldig bevonden en kregen langdurige gevangenisstraffen. In een afzonderlijke zaak wordt Thaci later deze maand bovendien vervolgd voor het intimideren van getuigen.
Oorlog om onafhankelijkheid
Thaci leidde in de jaren 90 de etnisch Albanese afscheidingsbeweging UCK. Kosovo was toen nog een autonome provincie binnen Servië. De beweging wilde dat Kosovo zich afscheidde vanwege discriminatie en onderdrukking door de Servische autoriteiten.
De strijd escaleerde in 1998 en 1999. Het UCK voerde vergeldingsacties uit tegen Serviërs, maar ook tegen Kosovaars-Albanese politieke tegenstanders, Servische burgers en Roma. Bij het geweld kwamen vele duizenden mensen om het leven.
De oorlog eindigde na een NAVO-operatie die bijna drie maanden duurde en onder meer bombardementen op Belgrado omvatte. Daarna begon Thaci aan een politieke loopbaan. Hij was van 2008 tot 2020 eerst premier en daarna president van Kosovo. In 2020 legde hij zijn presidentschap neer om zich voor het tribunaal te verdedigen.
Steunbetuigingen in Kosovo
De uitspraak leidde tot demonstraties in Den Haag en Pristina. Tientallen aanhangers van Thaci verzamelden zich bij het tribunaal. Zij noemen hem een grondlegger van het huidige Kosovo en vinden dat hij geen eerlijk proces heeft gekregen.
Ook in de Kosovaarse hoofdstad gingen de afgelopen dagen duizenden mensen de straat op. Thaci en de drie andere veroordeelden worden door veel Kosovaren als nationale helden gezien. Hun portretten zijn op veel plaatsen in Pristina te vinden.
Kosovo riep in 2008 de onafhankelijkheid uit. Servië weigert die onafhankelijkheid nog altijd te erkennen, en ook niet alle VN-lidstaten doen dat.



