Iran heeft bij raketaanvallen op de Jordaanse luchtmachtbasis Muwaffaq Salti zeker twee Amerikaanse militairen gedood. Een derde militair wordt vermist; gevonden stoffelijke resten worden onderzocht. De basis in het noorden van Jordanië werd eind vorige week twee keer binnen 48 uur geraakt.
Satellietbeelden laten zien dat minstens één hangar op het terrein is verwoest en een naastgelegen hangar schade heeft opgelopen. Ook zouden tientallen militairen gewond zijn geraakt en helikopters beschadigd. Jordanië behoort tot de landen in de regio waar Amerikaanse militairen en materieel zijn gestationeerd.
Iran gebruikt bij de aanvallen snelle, manoeuvreerbare raketten die moeilijker door luchtverdediging zijn te onderscheppen. Oud-luchtmachtcommandant Patrick Bolder wijst erop dat nauwkeurige inlichtingen nodig zijn om militaire doelen op grote afstand te raken. Hij noemt een combinatie van Iraanse innovatie en mogelijke buitenlandse steun als verklaring.
Schade aan scheepvaart en voorzieningen
De huidige geweldsescalatie begon op 6 juli, toen Iran commerciële schepen in de Straat van Hormuz aanviel. Zeker twaalf vaartuigen raakten sindsdien beschadigd, blijkt uit cijfers van de Verenigde Naties. Iran heeft negen aanvallen opgeëist, waarbij zestien opvarenden gewond raakten en één burger omkwam.
In Koeweit was brand bij de haven van Al-Ahmadi. De Iraanse Revolutionaire Garde stelt dat de Amerikaanse marine de getroffen pier gebruikte, maar dat is niet onafhankelijk bevestigd. De Koeweitse autoriteiten melden ook schade aan een ontziltingsinstallatie.
De Verenigde Staten voerden als reactie bombardementen uit op honderden locaties in Iran. Daarbij werden vooral bases van de Iraanse Revolutionaire Garde aan de kust en raketlanceerinstallaties verder in het binnenland aangevallen. Rond de havenstad Bandar Abbas zijn daarnaast tunnels, bruggen en telecomvoorzieningen getroffen.
Kolonel buiten dienst Peter Wijninga zegt dat aanvallen op bruggen militair gebruikelijk zijn om verplaatsing en bevoorrading van troepen te belemmeren. Tegelijk kunnen dergelijke aanvallen grote gevolgen hebben voor burgers, omdat zij dezelfde infrastructuur gebruiken.
Slachtoffers en onduidelijkheid
Mensenrechtenorganisatie Hrana meldt dat bij de Amerikaanse aanvallen zeker twintig burgers zijn gedood. Ook zouden vissersboten, spoorwegen en voedselwarenhuizen zijn beschadigd of verwoest. Iraanse autoriteiten zeggen dat duizenden mensen geen water hebben doordat een ontziltingsinstallatie is geraakt.
Iran spreekt in totaal van minstens vijftig doden en meer dan 500 gewonden, zonder onderscheid tussen burgers en militairen. Over een groot deel van de getroffen locaties en de precieze schade blijft onduidelijkheid bestaan.
Bolder betwijfelt of de Verenigde Staten naast het verzwakken van het Iraanse leger een duidelijk einddoel hebben. Hij denkt dat de aanvallen vooral bedoeld zijn om Iran terug te brengen naar de onderhandelingstafel. Wijninga noemt dat eveneens mogelijk, maar zegt dat het uiteindelijke doel van het Amerikaanse offensief nog niet helder is.



