De Democratische senator Mark Warner blijft namens Virginia in de Amerikaanse Senaat. Hij versloeg de Republikeinse kandidaat Bert Mizusawa en begint aan zijn vierde termijn. Warner is vicevoorzitter van de Senaatscommissie voor Inlichtingen.
De uitslag is de eerste die tijdens de tussentijdse verkiezingen bekend is geworden. Amerikanen stemmen behalve voor de Senaat ook voor het Huis van Afgevaardigden, gouverneurs en lokale vertegenwoordigers. De verkiezingen kunnen de huidige machtsverhoudingen in het Congres veranderen.
Problemen bij het stemmen
Niet overal konden kiezers zonder problemen hun stem uitbrengen. In Rock Point, in de staat Arizona, konden honderden inwoners niet naar het stembureau doordat overstromingen een belangrijke brug hadden afgesloten. Ook onverharde wegen waren weggespoeld en de parkeerplaats bij het stembureau stond onder water.
De eerste stembureaus sloten in delen van Indiana en Kentucky. Die staten liggen deels in een andere tijdzone. In verschillende plaatsen stonden kiezers lange tijd in de rij, onder meer in Washington, Chicago en Fort Worth in Texas.
De Amerikaanse immigratiepolitie ICE meldde daarnaast arrestaties wegens vermeende verkiezingsfraude. De dienst zei dat onder anderen een Jamaicaanse, Canadese, Filipijnse en Italiaanse staatsburger waren opgepakt omdat zij bij eerdere verkiezingen zouden hebben gestemd zonder stemrecht. Wanneer de arrestaties precies plaatsvonden, is niet bekendgemaakt.
Onvrede over economie en beleid
Uit een peiling onder kiezers blijkt dat inflatie voor veel Amerikanen een zware last vormt. Acht op de tien ondervraagden zegt matige of ernstige financiële gevolgen te ervaren, vooral bij de betaling van benzine, boodschappen en energierekeningen.
Ook het Amerikaanse militaire ingrijpen tegen Iran krijgt weinig steun. Zes op de tien kiezers vinden dat de Verenigde Staten daarmee de verkeerde beslissing hebben genomen. Meer dan de helft verwacht bovendien dat de volgende generatie Amerikanen het slechter zal hebben dan de huidige generatie.
President Donald Trump heeft de periode van 1 tot en met 7 november uitgeroepen tot anticommunismeweek. Hij zegt daarmee slachtoffers van socialisme en communisme te willen herdenken. Republikeinen hebben Democratische kandidaten in de aanloop naar de verkiezingen herhaaldelijk als communisten neergezet.



