Een combinatie van geologische en klimatologische factoren heeft waarschijnlijk bijgedragen aan de verwoestende aardverschuiving en vloedgolf in Nepal. Dat blijkt uit onderzoek van een internationale groep wetenschappers, onder wie hoogleraar berghydrologie Walter Immerzeel van de Universiteit Utrecht. De onderzoekers kunnen niet vaststellen welke factor het zwaarst woog.
Op 26 augustus stortte op meer dan 5 kilometer hoogte een berghelling in. Een massa van ijs en rots viel bijna anderhalve kilometer naar beneden en veranderde in een stroom van puin, modder en water. Die vloedgolf bereikte snelheden van meer dan 180 kilometer per uur.
Meer dan 1300 mensen kwamen om het leven. Nog eens 5000 mensen worden vermist. Veel bewoners konden niet op tijd vluchten. In het gebied wonen veel mensen langs de rivier, waar de grond geschikt is voor bebouwing en waar de meeste bedrijvigheid plaatsvindt. Sinds de jaren 80 is de bevolking daar sterk gegroeid.
Instabiele bergwand
De zware aardbeving die Nepal in 2015 trof, heeft mogelijk scheuren in de rots veroorzaakt. Sindsdien werden meer kleine aardverschuivingen waargenomen. Water dat in de scheuren terechtkomt, bevriest en ontdooit op grote hoogte regelmatig. Dat proces kan de rots verder verzwakken.
Ook de opwarming van de aarde speelt mogelijk een rol. De Himalaya is gemiddeld bijna 2 graden Celsius warmer dan voordat het grootschalige gebruik van olie, steenkool en gas begon. De grens waar water bevriest schuift daardoor iedere tien jaar ongeveer 100 meter omhoog.
Daardoor neemt de hoeveelheid permanent bevroren rots, permafrost, af. Ook trekken gletsjers zich terug, omdat er meer ijs smelt dan erbij komt. Beide ontwikkelingen kunnen berghellingen minder stabiel maken. Grote hoeveelheden sneeuw die in oktober vorig jaar vielen, leverden tijdens latere warme periodes bovendien extra smeltwater op. Ook vlak voor de ramp was het uitzonderlijk warm.
"De aardbeving heeft waarschijnlijk een grote rol gespeeld", zegt Immerzeel. Tegelijkertijd kunnen volgens hem verschillende weer- en klimaatprocessen hebben bijgedragen. "Maar bijna onmogelijk te beantwoorden", zegt hij over de vraag welke oorzaak het belangrijkst was.
Mogelijke waarschuwing vooraf
De wetenschappers denken dat toekomstige rampen mogelijk beperkt kunnen worden met betere waarschuwingen. Een tot twee maanden voor de aardverschuiving begonnen rotsen al sneller te bewegen. Met meetapparatuur en radarsatellieten zouden gevaarlijke plekken eerder kunnen worden opgespoord.
Een waarschuwingssysteem voor de hele Himalaya is wel moeilijk te organiseren. Duizenden gletsjers en berghellingen moeten worden gevolgd. Volgens Immerzeel kan gerichte monitoring op de gevaarlijkste locaties in de toekomst mogelijk weken tot maanden vooraf waarschuwen.



