In België zijn twee mensen overleden nadat zij besmet waren geraakt met het westnijlvirus. De slachtoffers hadden allebei een verhoogd risico op een ernstig ziekteverloop. Over hun identiteit en verdere persoonlijke omstandigheden zijn geen gegevens bekendgemaakt.
In Vlaanderen zijn daarnaast veertien nieuwe besmettingen vastgesteld. Het Departement Zorg benadrukt dat de kans op een ernstige ziekte voor de meeste mensen klein is. Veel infecties verlopen zonder duidelijke klachten en worden daardoor niet altijd ontdekt.
Vijf nieuwe gevallen in Nederland
In Nederland is het virus bij vijf mensen vastgesteld. Drie besmettingen zijn gemeld in Zuid-Holland en twee in Noord-Brabant. Het totaal aantal bevestigde Nederlandse gevallen komt daarmee op 64. Het aantal mensen dat aan de infectie is overleden blijft tien.
Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) neemt het aantal nieuwe besmettingen af ten opzichte van de zomer. Dat komt onder meer doordat het muggenseizoen voorbij is. Ook is het virus minder actief bij lagere temperaturen.
Westnijlvirus wordt overgebracht door muggen. Die raken besmet nadat ze bloed hebben opgenomen van besmette vogels en kunnen het virus vervolgens aan mensen doorgeven. Mensen ouder dan 50 jaar en mensen met een verminderde weerstand lopen meer kans om ernstig ziek te worden.
Uit de meest recente wekelijkse controle bleek verder dat 32 vogels en vijf paarden positief waren getest op het virus. Het virus kan bij mensen onder meer ziekte veroorzaken, maar de meeste besmettingen leiden niet tot ernstige klachten. In sommige gevallen ontstaan wel koorts en andere gezondheidsproblemen.



