Bij het Radboudumc gebruikt 15 procent van de transgender mensen die wachten op een behandeltraject al hormonen. Een deel doet dat zonder begeleiding van een arts. Bij 30 procent van deze groep wijken de doseringen of hormoonspiegels af van de grenzen die binnen de behandeling worden aangehouden.
Christa van Bunderen, hormoondeskundige en endocrinoloog bij het Radboudumc, noemt de situatie zorgelijk. Zelf experimenteren met hormonen kan volgens haar leiden tot gezondheidsproblemen, waaronder trombose en een hoge bloeddruk. „Het kan gevaarlijk zijn. Het is nooit goed als mensen zelf met medicatie gaan sleutelen.”
Ook het gebruik van testosteron of andere hormonen via de huisarts vindt Van Bunderen niet wenselijk. Toch gebeurt dat volgens haar regelmatig, mede door de lange wachttijden en de behoefte van mensen om zelf regie te nemen. „Door de druk van de wachttijden. En door een gevoel van autonomie: ik weet wel wat ik nodig heb.”
Zorgvuldige beoordeling vooraf
In de reguliere transgenderzorg gaat aan een eventuele hormoonbehandeling een voortraject vooraf. Daarin wordt onder meer onderzocht of iemand genderdysforie ervaart, of er andere factoren meespelen en of diegene de gevolgen en risico’s van de behandeling kan overzien.
Na een indicatiestelling kan een hormoonbehandeling beginnen. Soms volgen later operaties. Van Bunderen vindt het belangrijk dat ook de mentale gevolgen en de persoonlijke afwegingen voldoende worden besproken. „Voor dat soort afwegingen is de huisarts niet toegerust. We raden het af.”
De wachttijden bij de gespecialiseerde centra lopen op. Het Radboudumc roept momenteel mensen op die in juli 2022 op de wachtlijst zijn geplaatst. Ook de grote centra in Amsterdam en Groningen kunnen de vraag naar transgenderzorg niet volledig verwerken.
Regionale routes
Volgens Van Bunderen zijn er naast de gespecialiseerde centra meer mogelijkheden. Psychologenpraktijken kunnen de diagnostiek uitvoeren. Daarna kunnen endocrinologen in de regio de hormoonbehandeling starten en kan voor eventuele operaties worden doorverwezen naar gespecialiseerde klinieken.
„Je ziet dat er steeds meer wordt samengewerkt. Volgens hetzelfde protocol. Dus er zijn wel wat meer mogelijkheden”, zegt Van Bunderen. Informatie over deze routes en de actuele wachttijden staat bij Transvisie.



