VWS-top stelde zich tijdens coronapandemie defensief op tegen kritiek

De top van het ministerie van Volksgezondheid kon tijdens de coronapandemie moeilijk omgaan met kritiek. Het ministerie liet voor ongeveer zeven ton een eigen verhaal over de aanpak opstellen, nog voordat officiële evaluaties begonnen.

Bezoekers lopen door de entreehal van het ministerie van Volksgezondheid
Bezoekers lopen door de entreehal van het ministerie van Volksgezondheid · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

De top van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) stelde zich tijdens de coronapandemie gesloten en defensief op. Kritiek van onder meer de Algemene Rekenkamer, de Tweede Kamer en de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) werd volgens betrokkenen binnen het ministerie vooral als bedreigend gezien.

De toenmalige hoogste ambtenaar van VWS, Erik Gerritsen, gaf in mei 2020 opdracht om een eigen verhaal over de corona-aanpak te laten schrijven. Het ministerie betaalde onderzoeksbureau NSOB daarvoor ongeveer zeven ton. Het doel was om voorbereid te zijn op toekomstige vragen en evaluaties, omdat een parlementaire enquête volgens de ambtelijke leiding waarschijnlijk was.

In een voorbereidende nota staat dat de Nederlandse manier van evalueren zou leiden tot oordelen met kennis achteraf. De Tweede Kamer wordt daarin omschreven als te politiek en de OVV als een instantie die zich opstelt als een scherprechter. Wetenschappelijke onderzoekers zouden volgens de tekst een grotere rol moeten krijgen bij de beoordeling van het coronabeleid.

Gerritsen zegt niet meer te weten wie de opiniërende tekst schreef, maar onderschrijft de inhoud nog altijd volledig. Volgens hem werd de kritiek op parlementaire enquêtes en controlerende instanties breed gedeeld binnen VWS. Op de vraag of er besluiten waren waarvan hij achteraf vond dat ze verkeerd waren, antwoordde hij: "Nee. Ik heb echt gegraven, maar ambtenaren hebben besluiten genomen op puur integere gronden."

Kritiek op de houding

Vicepresident van de Algemene Rekenkamer Ewout Irrgang zegt dat toenmalig minister Hugo de Jonge de bevindingen van de Rekenkamer in 2021 bagatelliseerde. De Rekenkamer had vastgesteld dat VWS niet kon aantonen dat een groot deel van de uitgegeven coronamiljarden volgens de regels was besteed. "Dat is niet alleen niet netjes tegenover de Rekenkamer, maar problemen werden er vooral ook niet sneller door aangepakt", zegt Irrgang.

Ook voormalig OVV-voorzitter Jeroen Dijsselbloem noemt de reactie van VWS zeer defensief. De top van het ministerie voelde zich volgens hem miskend en was overstuur na het eerste OVV-rapport, waarin onder meer kritiek stond op de bescherming van bewoners van verpleeghuizen.

Hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans noemt de houding kwalijk. Volgens hem werden controlerende organen als een vijandig kamp behandeld. Heinrich Winter, hoogleraar bestuurskunde, vindt het bovendien opvallend dat De Jonge tijdens verhoren van de parlementaire enquête weinig zelfkritiek toont.

VWS gaf de NSOB toegang tot meer dan 5000 pagina's aan interne documenten. Een deel daarvan bleef tijdens de crisis buiten beeld en werd pas maanden of jaren later openbaar. Het ministerie beriep zich toen op tijdgebrek bij de naleving van de Wet openbaarheid van bestuur. De Jonge wordt donderdag 3 september opnieuw verhoord over de coronaperiode.

Lees ook