Twee medewerkers van de gemeente Den Haag zijn als verdachte gehoord in een onderzoek naar diefstal en witwassen rond de algemene begraafplaats aan de Kerkhoflaan. Ze worden ervan verdacht waardevolle voorwerpen uit graven te hebben verkocht. De twee zijn niet aangehouden.
Het Openbaar Ministerie wil geen informatie geven over hun leeftijd, woonplaats of functie. Ook is niet duidelijk of zij op de begraafplaats werkten en welke rol zij daar hadden. Het OM zegt dat het onderzoek en de privacy van betrokkenen het verstrekken van die gegevens in de weg staan.
Onderzoek naar sieraden en gouden vullingen
De zaak draait onder meer om sieraden en gouden vullingen die uit graven zouden zijn gehaald. De kostbaarheden zouden vervolgens via een goudhandel zijn doorverkocht. Het is niet met zekerheid vast te stellen uit hoeveel graven goederen zijn verdwenen.
Een 60-jarige grafdelver werd eind mei aangehouden. Hij wordt ervan verdacht tussen begin januari 2023 en zijn aanhouding kostbaarheden uit geruimde graven te hebben weggenomen. Daarnaast verdenkt justitie hem van witwassen, omdat hij de goederen bij een goudhandel zou hebben verkocht. Hij mag het verdere strafrechtelijke onderzoek in vrijheid afwachten.
De politie kwam de man op het spoor via het opkopersregister. Goudhandelaren moeten daarin vastleggen welke gebruikte voorwerpen zij inkopen en verkopen. Het onderzoek richt zich vooralsnog alleen op de begraafplaats aan de Kerkhoflaan.
De gemeente zegt tegen de drie verdachten passende maatregelen te hebben genomen. Of zij zijn ontslagen of op non-actief zijn gesteld, wil een gemeentewoordvoerder niet zeggen. „Zolang het onderzoek van het OM loopt kunnen we daarover geen uitspraken doen”, laat zij weten.
Naast het strafrechtelijke onderzoek voert de gemeente een integriteitsonderzoek uit naar de afdeling Begraafplaatsen. Het stadsbestuur wil daarmee duidelijk krijgen wat er is gebeurd. Na de aanhouding in mei liet de gemeente weten diep geschokt te zijn en mee te leven met de nabestaanden.



