Terrorismeafdelingen richten zich vooral op voorkomen van geweld

Nederlandse terrorismeafdelingen proberen gedetineerden los te maken van geweld en extremistische netwerken. Met begeleiding, re-integratieplannen en contact met familie bereiden zij hen voor op terugkeer, terwijl het risico moeilijk te beoordelen blijft.

Gedetineerden worden op een terrorismeafdeling begeleid door medewerkers en politie
Gedetineerden worden op een terrorismeafdeling begeleid door medewerkers en politie · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Op de Nederlandse terrorismeafdelingen ligt de nadruk niet altijd op het veranderen van radicale overtuigingen. Het belangrijkste doel is dat gedetineerden geen geweld meer gebruiken en afstand nemen van gewelddadige netwerken. Dat is extra belangrijk omdat vanaf 2027 enkele jihadisten met een hoog risicoprofiel vrijkomen na het uitzitten van hun straf.

In de penitentiaire inrichtingen in Vught en Rotterdam zijn zestig plaatsen voor mannen. In Zwolle is ruimte voor tien vrouwen. Er zitten inmiddels nauwelijks nog Syriëgangers vast, op enkele vrouwen na. De Dienst Justitiële Inrichtingen maakt niet bekend hoeveel mensen er momenteel op de afdelingen verblijven, maar een meerderheid is jihadist.

Psycholoog Gaby Thijssen onderzocht 82 gedetineerden die tussen 2014 en 2020 in Vught vastzaten. Zij zag dat veel van hen de overheid en hulpverleners wantrouwden. Sommige gedetineerden gingen in protest, onder meer met honger- en dorststakingen en onrust op de afdeling.

Vertrouwen opbouwen

Behandelaren proberen eerst dat wantrouwen te verminderen. Dat gebeurt met persoonlijke aandacht, zoals contact mogelijk maken met familieleden, steun na moeilijke gesprekken of het regelen van boeken. Volgens Thijssen kan een onverwacht gebaar helpen om het beeld van de Nederlandse staat en van hulpverleners te veranderen.

Ook verhalen van teruggekeerde Syriëgangers kunnen invloed hebben. Zij vertelden medegevangenen over honger, ziektes, gebrekkige sanitaire voorzieningen en het opruimen van lichamen in het voormalige kalifaat van Islamitische Staat. Die ervaringen weken af van de verwachtingen die anderen van het gebied hadden.

De programmamanager extremisme en terrorisme van de DJI zegt dat volledige deradicalisering niet altijd haalbaar of noodzakelijk is. "De nadruk ligt vooral op afstand nemen van geweld en gewelddadige netwerken." Een psycholoog van de DJI vult aan: "De mens is vrij om te denken wat hij denkt, ons doel is om de overgang naar geweld te voorkomen."

Voor iedere gedetineerde wordt een re-integratieplan opgesteld met onder meer de reclassering en de gemeente waar iemand na vrijlating gaat wonen. Dat kan gesprekken omvatten met een deskundige op het gebied van jihadistische radicalisering. Ook familieleden kunnen worden voorbereid en begeleid, omdat zij na vrijlating een positieve of negatieve invloed kunnen hebben.

Toch blijft het moeilijk om in te schatten hoe groot het gevaar van een persoon is. Gedetineerden kunnen antwoorden geven waarvan zij denken dat hulpverleners die willen horen. Daarom blijven begeleiding en toezicht ook buiten de gevangenis van belang.

Lees ook