De aanhoudend lage waterstand op de Rijn dwingt binnenvaartschippers hun vaart en belading aan te passen. Schepen kunnen er momenteel nog ongeveer 40 procent van hun laadcapaciteit gebruiken. Daardoor wordt het belangrijker om nauwkeurig te weten waar ondieptes liggen en hoeveel diepgang een schip heeft.
Steeds meer schippers gebruiken daarvoor CoVadem, een systeem dat dieptegegevens verzamelt van deelnemende schepen. Die metingen worden samengebracht in een actuele kaart van het vaarwater. Daarmee kunnen schippers ondieptes eerder herkennen, hun route aanpassen en de kans op schade verkleinen.
De belangstelling voor het systeem neemt snel toe. Bij CoVadem Services BV kwamen deze week evenveel aanvragen binnen als in de hele maand juni, zegt directeur Desiré Savelkoul. Gebruikers geven aan dat de gegevens rust bieden tijdens het varen bij laagwater.
Aanpassingen aan schepen
Digitale hulpmiddelen zijn niet de enige manier waarop schippers omgaan met de omstandigheden. Schipper John Verboom heeft zijn schip Wendy-Dua en duwbak Wendy-Tiga aangepast met opblaaszwembaden en ballastwater. Daarmee probeert hij de schepen ook bij een lage waterstand zo goed mogelijk inzetbaar te houden.
Het gewicht en de bouw van een schip spelen volgens Verboom een steeds grotere rol bij laagwater. Ondernemers in de binnenvaart zoeken daarom naar praktische oplossingen om vervoer mogelijk te houden, ondanks de beperktere belading en kleinere marges in het vaarwater.
Niet alle binnenvaartschippers ondervinden dezelfde gevolgen. Schepen die vooral in het ARA-gebied varen en minder vaak de Rijn op gaan, hebben minder last van de lage waterstand. Voor schippers op de Rijn blijven ervaring met het vaarwater en actuele informatie over de diepte bepalend voor een veilige vaart.



