Een Rotterdamse vrouw ontvangt voorlopig geen bijstandsuitkering meer voor een alleenstaande. De gemeente Rotterdam besloot haar uitkering niet te hervatten nadat onderzoek was gedaan naar de man die sinds 2025 op haar adres staat ingeschreven.
De vrouw woont in een driekamerwoning. Omdat zij de woning deelt met een andere volwassene, kreeg zij aanvankelijk een uitkering waarop de kostendelersnorm werd toegepast. Die norm verlaagt de bijstand wanneer meerdere volwassenen samen de woonkosten kunnen dragen.
In februari 2026 kreeg de gemeente twee anonieme meldingen over de situatie. Daarin werd gesteld dat de man niet alleen een huisgenoot of huurder was, maar dat de twee een nauwere persoonlijke relatie hadden. De gemeente startte daarop een onderzoek.
Ambtenaren voerden gesprekken met de betrokkenen en bezochten de woning. Ook vroegen zij de vrouw en de man om financiële gegevens aan te leveren. Die gegevens kwamen niet binnen.
Onderzoek in de woning
Tijdens het huisbezoek zag de gemeente volgens de rechtbank verschillende aanwijzingen voor een gezamenlijke huishouding. De man zou alle kamers mogen gebruiken. Ook lagen persoonlijke spullen en kleding van hem in de slaapkamer van de vrouw.
De kamer die volgens de verklaring als slaapkamer van de man zou worden verhuurd, bleek volgens de gemeente in gebruik als gezamenlijke zitruimte. Op basis van die bevindingen stelde de gemeente dat de twee niet als afzonderlijke bewoners moesten worden behandeld.
Wie een gezamenlijke huishouding voert, wordt voor de Participatiewet behandeld als gehuwd. Dat geldt ook wanneer de betrokkenen niet met elkaar zijn getrouwd. De gemeente trok daarom de alleenstaande uitkering in en hervatte die niet.
De voorzieningenrechter heeft de gemeente voorlopig gelijk gegeven. De uitkering hoeft daardoor op dit moment niet opnieuw te worden verstrekt. De uitspraak is nog geen definitief oordeel over de zaak. Een rechtbank kan in een latere procedure tot een ander oordeel komen.



