Het Rode Kruis heeft deze week 750 vrijwilligers ingezet rond de Nijmeegse Vierdaagse. Zij verlenen eerste hulp aan wandelaars, organiseren materiaal en bevoorrading en verzorgen de catering. De organisatie ziet het evenement als een belangrijke oefening voor toekomstige rampen en crisissituaties.
De vrijwilligers verblijven dit jaar op de Radboud Universiteit, tussen sportfaciliteiten en studentensporters. Veel van hen slapen op veldbedden in een gymzaal. Het Rode Kruis is tijdelijk uitgeweken omdat de gebruikelijke locatie, de Stadsschouwburg, wordt verbouwd.
Projectleider Dennis Leijssen-Steinfort coördineert de inzet vanuit de universiteit. De voorbereidingen voor de wandeldagen begonnen al een week eerder. Tijdens de Vierdaagse verplaatsen de hulpposten dagelijks, waardoor steeds opnieuw materiaal, medische middelen en voorraden moeten worden verdeeld.
Leijssen-Steinfort is de hele week bereikbaar. "Mijn telefoon ligt naast het bed", zegt hij. Hij noemt de werkdagen lang en zegt dat de druk soms oploopt, omdat de organisatie voortdurend moet inspelen op onverwachte situaties.
Oefenen met alle onderdelen
Het Rode Kruis is al tachtig jaar betrokken bij de Vierdaagse. De organisatie gebruikt het evenement om uiteenlopende onderdelen van noodhulp in samenhang te trainen. Daarbij gaat het niet alleen om medische zorg, maar ook om logistiek, voedselvoorziening en samenwerking met Defensie.
"We zijn een noodhulporganisatie en moeten klaarstaan voor rampen en crises", zegt Leijssen-Steinfort. Grote rampen komen in Nederland relatief weinig voor, waardoor een evenement van deze omvang een gelegenheid biedt om processen en samenwerking in de praktijk te testen. Ervaringen uit Nijmegen worden meegenomen naar toekomstige inzetten.
De inzet steunt op vrijwilligers uit heel Nederland en ook uit het buitenland. Voor een deel van hen is de Vierdaagse bovendien een jaarlijks weerzien. Leijssen-Steinfort zegt dat veel deelnemers elkaar bij aankomst enthousiast begroeten.
Zelf heeft de projectleider de Vierdaagse niet gelopen. Hij heeft wel een band met Nijmegen door zijn tijd in militaire dienst bij de Limoskazerne en Heumensoord. Via zijn werk voor het Rode Kruis leerde hij ook zijn vrouw kennen, die deze week eveneens als vrijwilliger werkt.



