RIVM adviseert veel lagere grenswaarde voor formaldehyde

Het RIVM adviseert de maximale hoeveelheid formaldehyde in woningen te verlagen van 120 naar 20 microgram per kubieke meter bij tijdelijke blootstelling. Het ministerie van Binnenlandse Zaken onderzoekt of de wettelijke norm kan worden aangepast.

Man verwijdert mogelijk formaldehydehoudend UF-schuim uit een woning
Man verwijdert mogelijk formaldehydehoudend UF-schuim uit een woning · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Het RIVM adviseert een aanzienlijke verlaging van de toegestane hoeveelheid formaldehyde in woningen. De huidige wettelijke grens ligt op 120 microgram per kubieke meter. Voor tijdelijke blootstelling adviseert het instituut voortaan maximaal 20 microgram per kubieke meter, zes keer minder dan de huidige norm.

Voor langdurige, levenslange blootstelling ligt de gezondheidskundige advieswaarde nog lager. Formaldehyde kan vrijkomen uit UF-schuim, een isolatiemateriaal dat in tienduizenden Nederlandse woningen is gebruikt. Bewoners kunnen daardoor onder meer last krijgen van hoofdpijn, keelpijn en benauwdheid.

Onderzoek naar woningen in Eerbeek

In Eerbeek zijn ongeveer 200 woningen waarin UF-schuim in de muren zit. In een van die woningen werden eerder waarden tussen 60 en 90 microgram per kubieke meter gemeten. Dat werd door de woningbouwvereniging destijds als geruststellend omschreven, omdat de metingen onder de wettelijke grens van 120 microgram bleven.

De gezondheidsklachten van de bewoners hielden echter aan. De GGD adviseerde eerder om klachten bij waarden vanaf 50 microgram per kubieke meter al zeer serieus te nemen. Nadat de gemeten hoeveelheid in de woning boven 140 microgram uitkwam, ondernam de woningbouwcorporatie actie.

Het nieuwe advies verandert voorlopig niets aan de wettelijke situatie. “Wij kijken puur naar de gezondheidsrisico's”, zegt een woordvoerder van het RIVM. “Het ministerie kijkt vervolgens ook naar de haalbaarheid daarvan. Zij bepaalt de nieuwe wettelijke norm, niet wij.”

Het ministerie van Binnenlandse Zaken verwacht de wettelijke norm pas aan het einde van dit jaar te herzien. Daarbij worden ook de praktische en sociaal-economische gevolgen van een eventuele verlaging onderzocht. Minister Heerma zegt te begrijpen dat het verschil tussen het advies van de GGD en de wettelijke norm verwarrend kan zijn voor bewoners en woningcorporaties.

“Een gezondheidskundige advieswaarde gaat alleen over wat vanuit gezondheidsoogpunt wenselijk is. Een wettelijke norm is een grens waaraan kan worden getoetst en waarop kan worden gehandhaafd”, aldus de minister.

Statenvragen in Gelderland

De Gelderlandse Statenleden Mujde Palavan van de PvdA en Paul Smits van GroenLinks hebben vragen gesteld over de aanpak van woningen met UF-schuim. Zij willen onder meer dat meldingen van GGD's en signalen van gemeenten worden samengebracht, zodat beter zicht ontstaat op de omvang van het probleem.

De provincie ziet daarvoor geen aanvullende rol, omdat GGD's hun kennis over UF-schuim al bundelen. Palavan noemt dat teleurstellend. Zij vindt dat bewoners niet eerst ziek zouden moeten worden voordat er actie wordt ondernomen.

Lees ook