Chauffeurs van Rendac in Son hebben vorig jaar negentien keer een levend dier aangetroffen tussen kadavers die zij moesten ophalen. Het ging onder meer om kippen, varkens, kalveren, runderen, geiten en een schaap. Animal Rights baseert zich op documenten van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de NVWA.
Veehouders moeten vaststellen dat een dier is overleden voordat zij het aanbieden voor ophalen als kadaver. Toch worden er nog geregeld levende dieren tussen de dode dieren gevonden, stelt de dierenrechtenorganisatie. In 2024 waren er achttien meldingen, waarbij ten minste 21 levende dieren werden aangetroffen.
De cijfers uit verschillende jaren zijn niet een-op-een te vergelijken. De registratie gaat soms over meldingen en soms over afzonderlijke dieren. Ook zijn de beschikbare gegevens van een aantal jaren volgens Animal Rights niet volledig.
Melding bij NVWA
Een Rendac-chauffeur kan de NVWA inschakelen wanneer een levend dier wordt gevonden. De toezichthouder kan vervolgens optreden tegen de dierhouder die het dier heeft aangeboden. Dierhouders kregen eerder meestal een waarschuwing, maar later is gekozen voor een last onder dwangsom.
Die maatregel betekent dat een dierhouder bij een nieuwe vastgestelde overtreding binnen een bepaalde termijn een bedrag moet betalen. Animal Rights meldt dat het om €1.500 per overtreding gaat, tot een maximum van €4.500. De last onder dwangsom geldt volgens de organisatie een jaar.
Animal Rights betwijfelt of deze aanpak voldoende effect heeft. In de documenten staan volgens de organisatie drie veehouderijen die in meerdere jaren terugkomen. De organisatie wil dat de NVWA harder optreedt en wil de kwestie opnieuw onder de aandacht brengen van de minister van Landbouw.
Rendac zegt dat het aantreffen van levende dieren maar zelden voorkomt en dat chauffeurs erop letten. Als een chauffeur toch een levend dier ziet, wordt de aanbieder direct geïnformeerd, aldus het bedrijf. De chauffeur zet de rit dan niet voort en wacht tot het dier passende zorg heeft gekregen.



