Vincent Sturkenboom uit Groningen krijgt definitief € 29.246,38 aan vergoeding voor aardbevingsschade aan zijn vrijstaande woning. Daar komt rente bij vanwege de lange duur van de afhandeling. De Raad van State heeft een eerdere uitspraak van de rechtbank Groningen volledig in stand gelaten.
Sturkenboom had bij de hoogste bestuursrechter vier zaken aangespannen. In één zaak wilde hij een hogere schadevergoeding krijgen van het Instituut Mijnbouwschade Groningen, IMG. De rechtbank had eerder vastgesteld dat hij recht heeft op bijna € 30.000, maar hij vond dat bedrag onvoldoende.
De Raad van State ziet geen aanleiding om die vergoeding te verhogen. Daarmee is de procedure over deze schadevergoeding afgerond.
Drie andere zaken afgewezen
In de drie overige procedures heeft de Raad van State de bezwaren en beroepen van Sturkenboom afgewezen. Een deel van de zaken is om technisch-juridische redenen niet-ontvankelijk verklaard. Dat betekent dat de rechter die bezwaren inhoudelijk niet behandelt.
Sturkenboom voert al jaren procedures over schade aan zijn woning en de waardedaling ervan. Hij had eerder ook zaken bij de Raad van State, zonder voor hem gunstige uitkomst. De vier uitspraken betekenen opnieuw dat zijn verzoeken niet tot een hogere compensatie leiden.
De Raad van State oordeelt dat het IMG, de Nationaal Coördinator Groningen en andere overheden Sturkenboom niet onevenredig hebben benadeeld. Ook is volgens de rechter geen sprake van onrechtvaardige behandeling.
Schademeldingen uit 2018 en 2019
De Groninger stelde dat de problemen eerder hadden kunnen worden opgelost. Hij verwees daarbij naar schademeldingen die hij in 2018 en 2019 deed. Volgens hem was er direct actie nodig geweest om onder meer scheuren in de muren van zijn woning aan te pakken.
Naast de fysieke schade stelde Sturkenboom dat de langdurige afhandeling mentale gevolgen heeft gehad. De Raad van State kent hem voor de schade aan de woning en de waardedaling het bedrag van € 29.246,38 toe, met rente. Voor zijn overige bezwaren krijgt hij geen gelijk.
Met de uitspraken blijft de eerder bepaalde vergoeding van kracht. De Raad van State is de hoogste bestuursrechter, waardoor tegen deze beslissingen geen hoger beroep meer mogelijk is.



