Een politiemedewerker van de politie-eenheid Oost-Brabant mag voorlopig niet werken. Hij wordt verdacht van het delen van vertrouwelijke informatie en het zonder geldige reden raadplegen van gegevens in politiesystemen.
Het Openbaar Ministerie (OM) is een strafrechtelijk onderzoek begonnen. De medewerker is niet aangehouden. De verdenkingen kunnen leiden tot een onderzoek naar schending van het ambtsgeheim, waarbij iemand informatie deelt die hij door zijn werk heeft verkregen.
Twee onderzoeken
Naast het strafrechtelijke onderzoek onderzoekt de politie intern of de medewerker de regels heeft nageleefd. Het strafrechtelijke onderzoek wordt uitgevoerd door de afdeling Veiligheid, Integriteit en Klachten (VIK) van de politie en staat onder leiding van het OM.
De medewerker is voorlopig buiten functie gesteld. Dat betekent dat hij zijn werkzaamheden niet mag uitvoeren zolang de onderzoeken lopen. Over zijn exacte functie, werkplek en woonplaats zijn geen gegevens bekendgemaakt.
Ook is onduidelijk welke informatie hij mogelijk heeft gedeeld en met wie dat zou zijn gebeurd. Het is evenmin bekend welke gegevens hij in politiesystemen zou hebben opgezocht of waarom hij daar geen geldige reden voor zou hebben gehad.
De officier van justitie beslist op een later moment of de medewerker strafrechtelijk wordt vervolgd. Wanneer daarover duidelijkheid komt, is niet bekend. Het OM wil vooralsnog geen verdere inhoudelijke informatie over de zaak geven.



