Onderzoekers brengen veranderingen in vrouwenbrein in kaart

Nederlandse onderzoekers hebben met MRI-scans onderzocht hoe het vrouwenbrein verandert tijdens de puberteit, zwangerschap en menopauze. Vooral de grijze stof gedraagt zich in deze levensfasen verschillend.

Onderzoekers bekijken MRI-scans van het vrouwenbrein
Onderzoekers bekijken MRI-scans van het vrouwenbrein · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Onderzoekers van het Pregnancy Brain Lab van Amsterdam UMC hebben voor het eerst de veranderingen in het volledige vrouwenbrein tijdens de puberteit, zwangerschap en menopauze met elkaar vergeleken. Daarvoor analyseerden ze MRI-scans van vrouwen. De resultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Nature.

De grootste verschillen zijn zichtbaar in de grijze stof, het hersenweefsel waarin veel functies van de hersenen worden aangestuurd. Tijdens de puberteit en zwangerschap neemt het volume daarvan af. In de menopauze blijft het volume daarentegen relatief stabiel.

Reorganisatie van de hersenen

Volgens neurowetenschapper Sophie van 't Hof, die het onderzoek uitvoerde, betekent een afname van grijze stof niet automatisch dat de hersenen slechter gaan functioneren. Onderzoek wijst er volgens haar steeds vaker op dat het brein zich in zulke periodes opnieuw organiseert om zich aan nieuwe omstandigheden en taken aan te passen.

Bij de eerste menstruatie zagen de onderzoekers een afname van de grijze stof in het hele brein. Na een zwangerschap was die verandering in ongeveer de helft van het brein zichtbaar. Door de drie levensfasen naast elkaar te leggen, konden de onderzoekers de verschillende patronen voor het eerst rechtstreeks vergelijken.

De veranderingen tijdens de menopauze wijken duidelijk af van die tijdens de puberteit en zwangerschap. Het volume van de grijze stof neemt in deze levensfase niet af. Het is nog niet duidelijk waardoor de verschillen ontstaan. De onderzoekers wijzen op de rol van geslachtshormonen als mogelijke verklaring: die nemen tijdens de menopauze af, terwijl ze tijdens de puberteit en zwangerschap juist toenemen.

Ook de gevolgen van de veranderingen zijn nog onbekend. Daarvoor is aanvullend onderzoek nodig, zeggen de onderzoekers.

Achterstand in onderzoek

Patricia Clement, neurowetenschapper aan de Universiteit Gent en niet betrokken bij de studie, noemt het waardevol dat de onderzoekers het vrouwenbrein over meerdere levensfasen hebben onderzocht. Volgens haar is er dringend meer onderzoek nodig naar dit onderwerp.

Van 't Hof noemt de studie een beginpunt. “Vrouwen zijn zwaar ondervertegenwoordigd in het neurowetenschappelijk onderzoek. Zeker als het gaat om de menopauze.” De onderzoekers willen met de resultaten een basis leggen voor verder onderzoek naar de invloed en betekenis van hormonale veranderingen in het vrouwenbrein.

Lees ook