Uit onderzoek naar openbare rechterlijke uitspraken komen zeker twaalf gevallen van kindermarteling in Nederland naar voren. In deze zaken is de afgelopen vijf jaar uitspraak gedaan. Het ging om kinderen die langdurig en opzettelijk ernstig werden mishandeld, onder meer door opsluiting, vastbinden en wurging.
De term kindermarteling wordt gebruikt voor de zwaarste vorm van kindermishandeling. Naast lichamelijk geweld kregen kinderen soms geen eten, moesten ze hun eigen braaksel opeten of werden ze opgesloten in een kelder of kooi. Ook psychisch geweld kwam veel voor, zoals vernedering, bedreiging en voortdurende controle met camera's.
Klinisch psycholoog Leony Coppens noemt kindermarteling een blinde vlek in Nederland. Volgens haar is er in Nederland onvoldoende kennis over de kenmerken van deze situaties en is niet bekend hoe vaak ze voorkomen. In de Verenigde Staten wordt al langer onderzoek gedaan naar de gezinnen waarin dit gebeurt en naar manieren om de mishandeling op te sporen.
Waarschuwingssignalen op school
De twaalf gevonden zaken vormen waarschijnlijk geen volledig beeld. Zaken kunnen buiten de rechtszaal blijven of leiden tot een vonnis dat niet openbaar wordt gemaakt. Ook lopen er nog procedures. Coppens zegt daarom dat het vermoedelijk om het topje van de ijsberg gaat.
Scholen blijken vaak een belangrijke rol te spelen bij het ontdekken van signalen. In vrijwel alle zaken waarin het kind naar school ging, merkten medewerkers aanwijzingen van mishandeling op. Een school in Stadskanaal deed meldingen bij Veilig Thuis en een huisarts. In Niekerk hielp een school mee om mishandeling in een gezinshuis te stoppen nadat een kind met een bijtwond op school was verschenen.
Volgens Coppens vertrouwen kinderen hun leerkracht vaak als eerste in vertrouwen. Ze vindt dat leraren meer kennis en vaardigheden nodig hebben om signalen van ernstige mishandeling te herkennen en daar zekerder op te reageren. In vier van de twaalf zaken hadden ook buren vermoedens dat het thuis niet veilig was.
Ook jeugdzorg was betrokken
De slachtoffers waren meestal jonger dan 14 jaar. De mishandeling begon soms al bij de geboorte en kon in sommige gevallen ongeveer tien jaar doorgaan. Bij meerdere kinderen was jeugdzorg al betrokken, maar dat voorkwam de mishandeling niet.
In drie zaken was minstens één melding gedaan bij Veilig Thuis. In één zaak was de jeugdbescherming betrokken. Coppens waarschuwt bovendien dat kinderen die niet bij hun biologische ouders opgroeien volgens Amerikaans onderzoek een groter risico lopen op kindermarteling.



