Omgevingswet kan bescherming van milieu en leefomgeving verzwakken

De Omgevingswet geeft gemeenten en initiatiefnemers meer verantwoordelijkheid, maar toezichthouders krijgen daardoor soms te weinig informatie. De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur waarschuwt dat milieu en leefomgeving hierdoor onvoldoende worden beschermd.

Infographic over de Omgevingswet met thema’s als duurzame ontwikkeling en integrale benadering
Infographic over de Omgevingswet met thema’s als duurzame ontwikkeling en integrale benadering · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

De Omgevingswet beschermt de leefomgeving niet altijd voldoende. Dat komt doordat gemeenten en initiatiefnemers, zoals bedrijven en burgers, bij plannen soms te weinig informatie hoeven aan te leveren. Toezichthouders kunnen daardoor de gevolgen voor milieu, gezondheid en omwonenden niet goed beoordelen.

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) schrijft dat in een advies aan de regering. De wet, die sinds 2024 van kracht is, bundelt verschillende regels over ruimtelijke ordening en milieu. Het doel was om aanvragen voor nieuwe plannen eenvoudiger te maken en gemeenten meer ruimte te geven voor lokaal maatwerk.

Toezicht kost meer tijd

Volgens Rli-voorzitter Jan Jacob van Dijk werkt dat in de praktijk nog onvoldoende. “De wet legt de verantwoordelijkheid meer bij gemeenten en bij de indieners van plannen, zoals ondernemers en burgers. Het idee is goed: het zou lokaal maatwerk mogelijk maken. Maar in de praktijk hoeft de indiener nu soms maar bar weinig informatie aan te leveren over een plan.”

Toezichthouders moeten daarna zelf uitzoeken wat de gevolgen zijn. Dat kost extra tijd en leidt tot frustratie bij zowel ambtenaren als initiatiefnemers. Die kunnen het gevoel krijgen dat het per ambtenaar verschilt welke aanvullende informatie nodig is en hoe een aanvraag wordt beoordeeld.

Van Dijk noemt als voorbeeld een restaurant dat veranderde in een feestzaal. Daarvoor werd weinig extra informatie gevraagd, terwijl later bleek dat de geluidsoverlast voor omwonenden te groot was. Klachten kwamen pas nadat het besluit was genomen.

De Rli waarschuwt dat adviezen van toezichthouders niet altijd goed in besluiten worden verwerkt. Problemen moeten daardoor achteraf worden opgelost. Dat vraagt veel capaciteit van omgevingsdiensten, waardoor zij minder tijd overhouden voor andere kwesties. Ook kan het vertrouwen van burgers in de overheid afnemen.

Meer landelijke afspraken nodig

De onduidelijkheid kan volgens Van Dijk bovendien leiden tot stilstand. Hij wijst op geitenhouderijen, waarbij mogelijke gezondheidsschade voor omwonenden een rol speelt. Gemeenten kunnen een ingewikkelde beoordeling voor zich uitschuiven zolang landelijke normen ontbreken. Dat speelde volgens hem ook bij gewasbeschermingsmiddelen en de afstand tussen windmolens en woningen.

De Rli vindt dat het Rijk eerder moet bepalen wanneer landelijke regels nodig zijn. Tegelijkertijd moeten gemeenten hun lokale afweging kunnen blijven maken. Toezichthouders, gemeenten en bedrijven moeten daarom duidelijke afspraken maken over welke informatie op welk moment nodig is. Die afspraken moeten volgens de adviesraad verplicht worden vastgelegd in de wet of uitvoeringsregels.

Lees ook