Vanaf dit schooljaar gelden nieuwe kerndoelen voor het Nederlandse onderwijs. Daarin staat welke kennis en vaardigheden leerlingen vanaf de kleuterklas tot en met de middelbare school minimaal moeten verwerven. De eerste doelen gaan over Nederlands, Friese taal en cultuur en rekenen-wiskunde.
De vernieuwing is volgens onderwijsminister Judith Tielen nodig omdat de prestaties voor lezen, schrijven en rekenen achteruitgaan. Nederlandse vijftienjarigen staan voor leesvaardigheid onderaan de Europese ranglijst. Het vorige curriculum dateerde uit 2006 en sloot volgens betrokkenen onvoldoende aan op ontwikkelingen als smartphones, kunstmatige intelligentie en online desinformatie.
Meer samenhang tussen vakken
De nieuwe kerndoelen zijn concreter dan de vorige. Scholen houden wel ruimte om zelf te bepalen op welke manier zij de kennis en vaardigheden aanleren. De doelen schrijven bijvoorbeeld voor dat leerlingen met breuken en procenten kunnen rekenen, veelvoorkomende planten herkennen en weten hoe Nederland zich beschermt tegen overstromingen.
De kerndoelen voor de overige leergebieden worden volgend jaar toegevoegd. Scholen krijgen vervolgens maximaal vijf jaar om de nieuwe richtlijnen volledig in te voeren. Burgerschap en digitale geletterdheid krijgen een duidelijkere plaats in het onderwijs. Digitale vaardigheden horen daarbij niet alleen thuis in de lessen informatica. Ook geschiedenis kan bijvoorbeeld worden gebruikt om de ontwikkeling van de democratie te behandelen.
Programmamanger Lucie Gooskens van SLO, de organisatie die de kerndoelen ontwikkelt, verwacht dat leerlingen meer verbanden tussen vakken gaan zien. “Niet dat elke docent een taaldocent moet worden, maar elke docent kan wel goed nadenken over welke teksten hij of zij in de les gebruikt”, zegt zij.
Taalonderwijs in ieder vak
De verantwoordelijkheid voor taalvaardigheid ligt daardoor niet meer alleen bij de leraar Nederlands. Ook een wiskundedocent kan letten op de kwaliteit van teksten, nagaan of leerlingen de uitleg begrijpen en samenwerken met de taalsectie bij de keuze van lesmateriaal. Teksten moeten leerlingen helpen om verbanden te leggen en informatie kritisch te analyseren.
Daarnaast moet het taalonderwijs minder versnipperd raken. Leerlingen krijgen minder nadruk op het uit het hoofd leren van termen als tautologie en pleonasme en meer aandacht voor daadwerkelijk goed lezen en schrijven. Nederlands docent Paul Doorn van het Etty Hillesum Lyceum in Deventer zegt dat kennis van zulke begrippen niet automatisch leidt tot beter schrijven.
De nieuwe doelen zijn geen complete oplossing voor de tegenvallende taalprestaties. Gooskens noemt ze een hulpmiddel en een kompas. Hoogleraar Curriculumontwikkeling Nienke Nieveen benadrukt dat ook goede leraren, geschikte lesmethoden en een actuele schoolbibliotheek nodig zijn.
Ongeveer 30 procent van de onderwijstijd valt bovendien buiten de kerndoelen. Scholen kunnen die tijd zelf invullen. Nieveen waarschuwt daarom voor een te strak curriculum: leraren moeten ruimte houden om in te spelen op wat er in hun klas of gemeenschap gebeurt.


