Ministerie wijkt af van wetenschappelijk oordeel over bruinvis en zeehond

Het ministerie van Landbouw heeft de Europese Commissie andere beoordelingen gegeven over de bruinvis en grijze zeehond dan Wageningen University & Research adviseerde. De wetenschappers zijn het daar niet mee eens.

Een aangespoelde bruinvis ligt op het strand naast resten van een dier
Een aangespoelde bruinvis ligt op het strand naast resten van een dier · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft de Europese Commissie gemeld dat de staat van de bruinvis onbekend is. Wageningen University & Research (WUR) beoordeelde die staat als "matig ongunstig". Bij de grijze zeehond gaf het ministerie de kwalificatie "gunstig", terwijl de onderzoekers geen oordeel konden geven.

Nederland rapporteert iedere zes jaar aan de Europese Commissie over beschermde diersoorten. De WUR onderzocht in opdracht van het ministerie tientallen dieren en leverde de resultaten aan. Die conclusies zijn grotendeels overgenomen, maar bij de twee zeezoogdieren koos het ministerie voor een andere interpretatie.

Verschil van inzicht over leefgebied

Volgens de onderzoekers staat het leefgebied van de bruinvis er matig voor. Scheepvaart, vervuiling en bijvangst op de Noordzee zetten volgens hen druk op het leefgebied. Het ministerie vindt die beoordeling "overtrokken" en zegt dat er nog te weinig bekend is over de precieze, gezamenlijke effecten van die factoren. Daarom heeft het de kwaliteit van het leefgebied als onbekend aangemerkt.

Ook over de grijze zeehond bestaat verschil van inzicht. De WUR kon niet vaststellen welke gevolgen meer scheepvaart en de aanleg van windmolenparken op zee hebben. Het ministerie ziet geen aanwijzingen dat het leefgebied daardoor te klein is geworden en wijst op de groei van de populatie.

Een groeiend aantal dieren zegt volgens de WUR niet automatisch dat het leefgebied van goede kwaliteit is. Veranderingen in dat leefgebied kunnen volgens de universiteit pas jaren later zichtbaar worden in de omvang van een populatie. Het ministerie stelt daartegenover: "Het is lastig uit te leggen waarom het slechter gaat met een soort als de populatie ruimschoots verdubbeld is."

Discussie over rol van wetenschap

De WUR en het ministerie hebben de verschillen besproken, maar zijn niet tot overeenstemming gekomen. Een woordvoerder van de universiteit noemt de aanpassingen "toch wel een beetje gek". Hoogleraar Alyt Damstra van de Universiteit van Amsterdam noemt het opmerkelijk dat het ministerie de WUR om feiten vraagt en die daarna zelf aanpast voordat ze naar Brussel gaan.

Volgens Damstra past de discussie in een breder patroon waarbij wetenschappelijke kennis onder druk staat bij politiek gevoelige onderwerpen. Zij verwijst daarbij ook naar eerdere discussies over wolven, stikstof en migratie.

Het ministerie zegt wetenschappelijke oordelen altijd serieus te nemen. Een woordvoerder stelt dat sommige conclusies berusten op expert judgement, waarbij deskundigen dezelfde gegevens verschillend kunnen interpreteren. Het ministerie zegt daarom ruimte te hebben om het advies te duiden en de rapportage uitlegbaar te maken.

Lees ook