Justitie kan DNA uit commerciële databanken inzetten bij zware misdrijven

Justitie mag DNA-sporen bij zware misdrijven voortaan vergelijken met profielen uit commerciële genealogische databanken. Daarmee kunnen ook zeer verre familieleden van een mogelijke dader worden gevonden.

Laboratoriumonderzoek naar DNA-profielen bij het Nederlands Forensisch Instituut
Laboratoriumonderzoek naar DNA-profielen bij het Nederlands Forensisch Instituut · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Nieuwe opsporingsmethode

Het Openbaar Ministerie, de politie en het Nederlands Forensisch Instituut mogen DNA van een plaats delict voortaan vergelijken met profielen in de commerciële databanken GEDmatch en FamilyTreeDNA. De methode is bedoeld voor ernstige misdrijven waarbij regulier onderzoek geen doorbraak heeft opgeleverd.

Een gevonden overeenkomst wijst niet rechtstreeks naar een verdachte. De persoon met wie het DNA-profiel overeenkomt, kan een ver familielid zijn. Rechercheurs kunnen vervolgens via stamboomonderzoek proberen de mogelijke dader of de identiteit van een onbekend slachtoffer te achterhalen. Ook familieleden op grote afstand kunnen daarbij een aanknopingspunt vormen.

De nieuwe werkwijze is de afgelopen drieënhalf jaar al getest in een pilot van het NFI, het OM en de politie. De proef begon met zes zaken, waaronder de Heuvelmoord in Limburg uit 2004 en de zaak van een overleden vrouw die in 2013 bij de Pietersplas in Maastricht werd gevonden. Later kwamen daar een moordzaak uit Zeeland-West-Brabant en drie Amsterdamse zaken bij waarin het OM uitgaat van mogelijk door misdrijf omgekomen, onbekende slachtoffers.

In het onderzoek naar de Heuvelmoord zijn in een van de databanken twee mogelijke verwanten van de dader gevonden. Omdat deze personen in de Verenigde Staten wonen, is daar een rechtshulpverzoek ingediend om het spoor met stamboomonderzoek verder te onderzoeken. Ook in de zaak uit Zeeland-West-Brabant leverde de methode een aanknopingspunt voor een mogelijke dader op.

Alleen met toestemming

Het OM werkt nog aan een protocol voor het gebruik van de methode. Naar verwachting wordt die alleen ingezet in zaken waarin al uitgebreid onderzoek is gedaan, het spoor is vastgelopen en de methode kan helpen bij opsporing en vervolging. Het gaat bijvoorbeeld om moordzaken en onderzoeken naar een serieverkrachter.

Niet alle profielen in de commerciële databanken mogen worden gebruikt. Alleen gegevens van deelnemers die expliciet toestemming hebben gegeven voor gebruik bij ernstige strafzaken vallen onder de zogenoemde opt-inregeling. Een deelnemer die via een match in beeld komt, krijgt dat niet te horen. Die persoon dient uitsluitend als vertrekpunt voor het onderzoek naar familieverbanden.

De methode werd eerder gebruikt in Zweden en de Verenigde Staten. In 2018 werd er in de VS de zogenoemde Golden State Killer mee opgespoord, een voormalige politieman die in de jaren zeventig en tachtig dertien mensen vermoordde en veel anderen verkrachtte. Onderzoekers kwamen via verre familieleden, familiegegevens en openbare informatie uiteindelijk bij hem uit.

Lees ook