Een vrouw met een levenslange Wajong-uitkering is in hoger beroep alsnog toegelaten tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen, de WSNP. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bepaalde bovendien dat haar traject een jaar eerder begint dan de uitspraak. Daardoor kan zij eind 2026 van haar resterende schulden af zijn.
De vrouw hield na gemeentelijke schuldhulpverlening een schuld van 20.000 euro over. Niet alle schuldeisers stemden in met een regeling. Daarom vroeg zij de rechtbank Gelderland om toelating tot de wettelijke schuldsanering.
De rechtbank wees dat verzoek eerder af. De vrouw volgde een opleiding en zou daardoor niet voldoende beschikbaar zijn voor betaald werk. Voor de WSNP geldt doorgaans een arbeids- en sollicitatieplicht, naast de verplichting om zoveel mogelijk geld af te dragen aan schuldeisers.
Thuisopleiding geen belemmering
In hoger beroep voerde de vrouw aan dat het om een flexibele thuisopleiding gaat. Zij stelde dat de studie haar kansen op werk juist kan vergroten. Het hof vindt aannemelijk dat zij zich tijdens de regeling voldoende zal inspannen om inkomsten voor de boedel te verkrijgen.
De vrouw kan naast haar opleiding blijven zoeken naar betaald werk, oordeelde het hof. Als zij tijdens het traject geen vrijstelling krijgt van de sollicitatieplicht, heeft zij toegezegd opnieuw een keuring van haar arbeidsgeschiktheid te ondergaan.
Het hof stelde ook een alternatief beginmoment vast. De vrouw had sinds 30 juni 2025 al maximaal gespaard voor haar schuldeisers. Daarom laat het hof de looptijd van de regeling een jaar voor de uitspraak beginnen.
Bij een geslaagd WSNP-traject moeten deelnemers achttien maanden aan hun verplichtingen voldoen. Zij dragen het vastgestelde bedrag af aan de boedel, waaruit schuldeisers worden betaald. Ook kunnen zij verplicht zijn kostgeld te vragen aan inwonende volwassen kinderen. Daarna kunnen resterende schulden worden kwijtgescholden.
Minder aanvragen dan huishoudens met schulden
Rechtssocioloog Nadja Jungmann wijst erop dat veel huishoudens met problematische schulden geen hulp zoeken. Van de 750.000 huishoudens met zulke schulden doen minder dan 100.000 een beroep op gemeentelijke schuldhulpverlening.
Van de mensen die wel in een minnelijke regeling terechtkomen, rondt ongeveer negen van de tien die regeling met succes af. Daardoor zijn minder WSNP-trajecten nodig. Het aantal zaken daalde in twaalf jaar van 12.000 naar 3.000 in 2024.
Tegelijkertijd groeit de schuldenproblematiek. In 2021 werd 9 procent van de baby's geboren in een gezin met bekende problematische schulden. Twee jaar later was dat 12 procent. Gemeenten proberen huishoudens daarom steeds vaker al vroeg in beeld te krijgen.



