Sinds 1 juli 2024 is seksuele intimidatie in het openbaar strafbaar. Toch blijkt het in de praktijk lastig om mensen te beboeten voor nafluiten, sissen of intimiderende opmerkingen. Dat staat in een evaluatie van de inzet van boa’s en politie, uitgevoerd door de Open Universiteit en Regioplan in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC).
Tijdens ongeveer honderd actiedagen in zeven gemeenten surveilleerden boa’s in burger tussen winkelend publiek en bezoekers van uitgaansgebieden. Zij probeerden verdachten op heterdaad te betrappen. Dat leverde zes reprimandes voor minderjarigen en 21 processen-verbaal voor volwassenen op.
Beleidsonderzoeker Jasmijn Groen van Regioplan noemt dat aantal beperkt. Tegelijkertijd wijzen boa’s en politiemedewerkers erop dat hun aanwezigheid ook een preventieve werking kan hebben. De acties moeten laten zien welk gedrag niet is toegestaan en mogelijke daders afschrikken. Het effect daarvan is moeilijk in cijfers uit te drukken.
Bewijs verzamelen is lastig
De wettelijke definitie van seksuele intimidatie is volgens de onderzoekers niet altijd eenvoudig toe te passen. Uit eerdere rechterlijke uitspraken blijkt dat één seksueel intimiderende opmerking op zichzelf niet genoeg is. De uiting moet een indringend of intimiderend karakter hebben en bijvoorbeeld samengaan met een gebaar, aanraking of ander gedrag.
Ook rechters trekken niet altijd dezelfde grens. Een seksueel getinte opmerking met een gebaar tijdens een ruzie werd in het ene geval gezien als seksuele intimidatie. In een andere zaak werd vergelijkbaar gedrag beoordeeld als een belediging binnen de context van het conflict.
In de zaken die aan de rechter werden voorgelegd, volgde vrijwel steeds een straf. Meestal ging het om een boete, met een gemiddelde van 294 euro.
Boa’s zeggen dat het verzamelen van bewijs op straat moeilijk is. Wie in burger werkt, moet de uiting goed kunnen horen zonder te dichtbij te komen en de aandacht te trekken. Daarnaast mogen boa’s in sommige gemeenten alleen tijdens beperkte actiemomenten handhaven. Zij zouden liever worden ingezet op uitgaansavonden, Koningsdag en tijdens kermissen.
Ook online seksuele intimidatie valt onder de wet. De politie behandelt die zaken op basis van meldingen en aangiften. Tot nu toe is voor zover bekend geen onlinezaak door een rechter behandeld. De onderzoekers pleiten daarom voor meer aandacht voor de strafbaarheid en gevolgen van online intimidatie.
Slechts een kleine groep boa’s is momenteel opgeleid voor deze taak. Zij volgen daarvoor een vijfdaagse training. Een uitbreiding naar alle boa’s zou volgens de onderzoekers alleen mogelijk zijn als gemeenten voldoende geld en capaciteit hebben.



