Familieleden worden soms pas na gemeentelijke uitvaart gevonden

Nabestaanden horen soms pas na een gemeentelijke begrafenis dat een familielid is overleden. Onvolledige bevolkingsregistraties en verschillen tussen gemeenten maken het zoeken naar familie ingewikkeld.

Familieleden staan bij een begraafplaats naast een gebouw waar gemeentelijke uitvaarten worden geregeld
Familieleden staan bij een begraafplaats naast een gebouw waar gemeentelijke uitvaarten worden geregeld · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Tim Molenaar uit Huizen hoorde op 6 augustus dat zijn broer Martin maanden eerder was overleden en begraven. Een kennis belde hem om te condoleren. In de familie wist niemand van het overlijden. Tegen de tijd dat Tim het hoorde, was ook het huis van zijn broer leeggehaald en waren zijn spullen verdwenen.

Martin overleed in mei op 73-jarige leeftijd. Volgens zijn broer was hij niet eenzaam: de twee zagen elkaar enkele keren per jaar bij de zeilschool, waar Martin dagelijks vrijwilligerswerk deed. Omdat buren tegen de politie zeiden dat er nooit bezoek kwam, regelde de gemeente een uitvaart zonder dat familieleden daarvan op de hoogte waren.

Ook andere nabestaanden werden te laat gevonden

Het geval van Martin staat niet op zichzelf. Mirjam Pels hoorde pas ruim een jaar na het overlijden van haar zus Annemieke dat zij in 2020 zonder familie was begraven. Door omstandigheden hadden de zussen weinig contact.

In Emmen meldden zich in de afgelopen vijf jaar vijf nabestaanden na een gemeentelijke uitvaart die eerder niet bij de gemeente bekend waren. Leeuwarden zegt dat dit jaarlijks één of twee keer voorkomt. Groningen spreekt van maximaal zes gevallen in vijf jaar en Nijmegen van enkele gevallen. Landelijke cijfers zijn er niet.

Gemeenten zijn wettelijk niet verplicht om nabestaanden op de hoogte te brengen. De burgemeester moet wel de uitvaart regelen als niemand anders dat doet. Gemeenten raadplegen onder meer het Centraal Testamentenregister en kunnen informatie opvragen bij de politie, zorginstellingen en woningcorporaties. Ook buren of de woning van de overledene kunnen aanwijzingen opleveren.

Volgens Joris van Casteren, journalist en coördinator van eenzame uitvaarten in Amsterdam, doen gemeenten niet allemaal even uitgebreid onderzoek. “Ambtenaren zijn geen detectives. Ze doen hun best en moeten ergens een grens trekken”, zegt hij. Daarnaast is de beschikbare tijd beperkt: iemand moet volgens de wet in principe uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden worden begraven of gecremeerd.

Niet alle familie staat in de digitale registratie

Een belangrijke belemmering is de Basisregistratie Personen (BRP). Bij de overgang van papieren persoonskaarten naar digitale registratie in 1994 zijn niet alle gegevens overgenomen. Kinderen die vóór 1966 waren geboren, hoefden niet in de digitale gegevens van hun ouders te staan. Daardoor kunnen broers en zussen buiten beeld blijven.

Op historische persoonskaarten zijn die namen soms wel terug te vinden. Emmen raadpleegt deze kaarten, terwijl andere gemeenten dat niet standaard doen of zeggen daar geen bevoegdheid voor te hebben. Roosje Keijser van het Centrum voor Familiegeschiedenis noemt de ontbrekende informatie in de BRP een bekend probleem.

Lees ook