Een maand geen treinen tussen Nijmegen en Blerick

Van 26 juli tot en met 24 augustus rijden er geen treinen tussen Nijmegen en Blerick. De afsluiting is nodig voor werkzaamheden aan de Maaslijn, waaronder de aanleg van bovenleiding.

Een Arriva-trein staat stil op een station aan de Maaslijn, waar werkzaamheden aan de bovenleiding plaatsvinden
Een Arriva-trein staat stil op een station aan de Maaslijn, waar werkzaamheden aan de bovenleiding plaatsvinden · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Van 26 juli tot en met 24 augustus is het treinverkeer tussen Nijmegen en Blerick stilgelegd. Arriva zet vervangende bussen in voor reizigers op dit deel van de Maaslijn. De afsluiting raakt onder meer de stations Cuijk, Boxmeer en Vierlingsbeek.

De werkzaamheden maken deel uit van de modernisering van de 88 kilometer lange spoorverbinding tussen Nijmegen en Roermond. Op het traject rijden nu dieseltreinen. De lijn krijgt elektrificatie, waardoor treinen in de toekomst stroom kunnen afnemen via bovenleidingen.

Tijdens de vier weken durende buitendienststelling wordt onder meer de bovenleidingsdraad aangebracht. Deze draden voorzien treinen van elektriciteit voor het rijden, verwarmen en verlichten. Ook worden overwegen aangepast vanwege de geplande spoorverdubbeling, wissels verwijderd en vijf faunapassages aangelegd.

Volgens Lotte Kaatee, woordvoerder van ProRail, zijn de werkzaamheden bij Mook en Cuijk na deze periode grotendeels afgerond. Later dit jaar volgen nog meerdere, kortere periodes waarin er geen treinen rijden op de Maaslijn.

Ook gevolgen voor wegverkeer

Omwonenden kunnen tijdens de werkzaamheden hinder ondervinden. Verschillende overwegen gaan tijdelijk dicht, waaronder die aan de D'Almarasweg en de Sionsweg. Ook andere overwegen op en rond het traject kunnen worden afgesloten.

Dagelijks maken ongeveer 22.000 reizigers gebruik van de Maaslijn. Daarmee behoort de verbinding tot de drukste regionale spoorlijnen in Nederland. De aanpak van de lijn wordt al tientallen jaren besproken; een eerdere planning ging uit van voltooiing in 2020.

De uitvoering liep vertraging op door langdurig overleg tussen het Rijk en de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Limburg. De kosten voor de vernieuwing bedragen 358 miljoen euro. De provincie Noord-Brabant betaalt een deel daarvan.

Lees ook