Dertienwekenecho verdwijnt vanaf 2028 uit de prenatale screening

Zwangeren kunnen vanaf 1 januari 2028 geen dertienwekenecho meer laten maken. Minister Sophie Hermans volgt het advies van de Gezondheidsraad en ziet ook geen reden om de echo aangepast opnieuw aan te bieden.

Een zwangere vrouw krijgt een echo tijdens een prenatale controle
Een zwangere vrouw krijgt een echo tijdens een prenatale controle · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Minister Sophie Hermans van Volksgezondheid stopt per 1 januari 2028 met de dertienwekenecho. Het tijdelijke experiment waarbij zwangeren rond de dertiende week werden onderzocht, wordt niet voortgezet. Hermans heeft de Tweede Kamer daarover geïnformeerd.

De echo werd in 2021 ingevoerd als aanvulling op de twintigwekenecho. Met het onderzoek konden ernstige lichamelijke afwijkingen bij de foetus mogelijk eerder worden ontdekt. Dat gaf ouders meer tijd om zich voor te bereiden of een besluit te nemen over het voortzetten van de zwangerschap.

Bij de twintigwekenecho wordt een zwangerschap doorgaans rond de twintigste week onderzocht. Als daarbij een ernstige aandoening wordt vastgesteld, resteert er relatief weinig tijd voor overleg en besluitvorming. In Nederland is een abortus wettelijk mogelijk tot 24 weken zwangerschap.

Veel onjuiste uitslagen

De dertienwekenecho was vanaf het begin bedoeld als tijdelijk onderzoek. De overheid wilde eerst nagaan of de echo betrouwbaar genoeg was om structureel onderdeel te worden van de prenatale screening.

De Gezondheidsraad adviseerde in september 2026 om de echo niet landelijk in te voeren. Volgens de raad werden bij het onderzoek relatief veel afwijkingen gemist. Ook leidde de echo vaak tot vervolgonderzoek dat achteraf niet nodig bleek: 60 procent van de zwangeren die naar een ziekenhuis werd doorverwezen, had daar uiteindelijk geen medische reden voor.

De raad concludeerde dat de voordelen in de huidige vorm niet opwegen tegen de nadelen. De Gezondheidsraad noemde wel mogelijke aanpassingen waarmee de betrouwbaarheid van de echo zou kunnen verbeteren.

Het kabinet kiest daar niet voor. Hermans vindt dat zwangeren niet opnieuw aan onnodige onzekerheid moeten worden blootgesteld zolang de nadelen van de screening groot blijven. Ook een nieuwe proef met een aangepast protocol ziet het kabinet daarom niet zitten.

Wel komt er een brede verkenning van de prenatale screening. Daarbij worden alle onderdelen van de zorgketen opnieuw bekeken. Als nieuwe wetenschappelijke inzichten daar aanleiding toe geven, kan de Gezondheidsraad in de toekomst opnieuw worden gevraagd naar de mogelijke voordelen en risico’s van de dertienwekenecho of een andere vorm van onderzoek.

Lees ook