Bomen blijken zich minder goed aan droogte aan te passen

Bomen kunnen zich minder goed aanpassen aan langdurige droogte dan wetenschappers dachten. Daardoor neemt het risico toe dat ze hun watertransport verliezen en afsterven, blijkt uit onderzoek op veertig locaties wereldwijd.

Luchtbeeld van bomen en landbouwpercelen in herfstkleuren
Luchtbeeld van bomen en landbouwpercelen in herfstkleuren · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Chinese onderzoekers hebben op veertig plekken wereldwijd onderzocht hoe bomen reageren wanneer ze langere tijd geen water krijgen. Hun bevindingen wijzen erop dat bomen belangrijke fysiologische processen niet voldoende aanpassen om droogte op te vangen. Dat is van belang voor de voorspelling van de veerkracht van bossen.

Ongeveer een derde van het landoppervlak op aarde bestaat uit bos. Die bossen krijgen steeds vaker te maken met extreme droogte en hitte. Voor bomen is het dan essentieel dat zij water door hun stam en takken kunnen blijven transporteren en hun fotosynthese op peil houden.

Groter risico op watertekort

De onderzoekers zagen dat het waterpotentiaal in bladweefsel daalt tijdens droogte. Dat is een maat voor de fysiologische belasting die een boom ondervindt. Bomen bleken die daling niet voldoende te compenseren door hun takken beter bestand te maken tegen droogte.

Daardoor worden de zogenoemde hydraulische veiligheidsmarges kleiner. Die marges werken als een buffer tegen uitdroging. Wanneer de buffer verdwijnt, neemt het risico toe op hydraulisch falen. Daarbij komt lucht in plaats van water in de stam en takken te zitten, waardoor water niet meer van de wortels naar de bladeren kan stromen.

Een boom kan daardoor vroegtijdig bladeren verliezen. Uiteindelijk kunnen takken afsterven en kan ook de hele boom verloren gaan. Bomen met de kleinste veiligheidsmarges lopen daarbij het grootste risico. Dit mechanisme kan mogelijk bijdragen aan de wereldwijde toename van boomsterfte, maar het onderzoek bewijst dat verband niet.

Frank Sterck, hoogleraar bosecologie en bosbeheer aan Wageningen University & Research, noemt de omvang en wereldwijde spreiding van het onderzoek belangrijk. Volgens hem gingen wetenschappers ervan uit dat bomen zich sterk konden aanpassen aan snel veranderende omstandigheden. Dat lijkt voor dit fysiologische mechanisme niet te gelden.

Gevolgen voor Nederlandse bossen

Sterck waarschuwt dat de snelle afwisseling van droogte, hitte en andere weersextremen extra druk op bomen legt. In Nederland verschilt de situatie per gebied. Sommige bossen staan er nog groen bij, terwijl bomen in onder meer de duinstreek verschrompeld blad of verkleurde naalden hebben. Bodemsoort en zeewind spelen daarbij een rol.

De onderzochte veiligheidsmarges zijn volgens Sterck maar één factor in het functioneren van bomen. Andere aanpassingen zijn niet onderzocht en kunnen de gevolgen van droogte mogelijk deels opvangen. Wel onderstreept het onderzoek volgens hem de noodzaak om na te denken over klimaatbestendige bossen.

Een bos heeft ongeveer honderd jaar nodig om zich te ontwikkelen. Een gemengde samenstelling met meerdere boomsoorten kan risico's spreiden, maar het is nog onduidelijk welke soorten in welke combinatie en op welke bodem de beste kansen hebben.

Lees ook