Artsen zien medische desinformatie terug in de spreekkamer

Medische onwaarheden op sociale media bereiken steeds vaker de spreekkamer. Artsen merken dat patiënten behandelingen uitstellen, om onderzoek vragen na online berichten en soms producten kopen die inspelen op angst.

Arts doet handschoenen aan in een spreekkamer
Arts doet handschoenen aan in een spreekkamer · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Medische desinformatie leidt regelmatig tot gesprekken in de spreekkamer over onjuiste claims van sociale media, zelftests en slimme horloges. Uit cijfers van artsenfederatie KNMG en het Instituut Verantwoord Medicijngebruik blijkt dat 85 procent van de artsen ermee te maken krijgt. Meer dan de helft zegt dit wekelijks of dagelijks te ervaren.

De gevolgen kunnen volgens de KNMG ernstig zijn. Patiënten kunnen gaan twijfelen aan een behandeladvies, noodzakelijke zorg uitstellen, vaccinaties weigeren of risicovolle zelfmedicatie gebruiken. Bijna de helft van de artsen merkt daarnaast dat online onrust de werkdruk verhoogt.

SEH-arts en wetenschapper Heleen Lameijer van het UMCG ziet dat onjuiste medische informatie zich over veel onderwerpen verspreidt. Het gaat niet alleen om leefstijladviezen, maar bijvoorbeeld ook om zwangerschap, hormonen en bevallingen. Zij noemt het positief dat mensen zich verdiepen in hun gezondheid, maar zegt dat betrouwbare uitleg online vaak moeilijk te onderscheiden is van misleiding.

Lameijer wijst erop dat misleidende berichten vaak beginnen met informatie die wel klopt. Daardoor kan het onjuiste vervolg geloofwaardig lijken. Ook ziet zij een commercieel belang: mensen worden bang gemaakt en krijgen daarna een product aangeboden.

Vragen na meldingen van horloges en zelftests

Huisarts Gerben Lochorn uit Groningen en Hoogezand krijgt geregeld patiënten met zorgen na een melding van hun smartwatch. Hij vertelt dat drie mensen in twee weken tijd een lage hartslag op hun Apple Watch hadden gezien. Een patiënt wilde ondanks uitleg dat de meting niet kon kloppen toch een hartfilmpje laten maken.

Ook bloedzelftests die in winkels verkrijgbaar zijn, kunnen volgens Lochorn tot onrust leiden. Hij zegt dat zulke uitkomsten soms aandoeningen suggereren die huisartsen niet op die manier kunnen vaststellen. Onnodige onderzoeken kosten tijd en kunnen ten koste gaan van patiënten die direct medische zorg nodig hebben.

Tegelijkertijd zeggen huisartsen dat desinformatie niet nieuw is. Harry Bulk, huisarts in Ter Apel, wijst op alternatieve behandelwijzen die decennia geleden via tijdschriften en mond-tot-mondverhalen werden verspreid. Nu is vooral het kanaal veranderd en kunnen berichten veel sneller een groot publiek bereiken.

Artsen zien ook dat patiënten AI gebruiken om klachten en zorgen vooraf uit te zoeken. Lochorn noemt dat niet alleen een probleem, omdat patiënten daardoor gerichter kunnen uitleggen waar zij bang voor zijn. Huisarts Hendrike Maier uit Aduard bespreekt zulke informatie met patiënten en vergelijkt die bijvoorbeeld met Thuisarts.

Lameijer verwacht wel dat AI het lastiger maakt om feiten van verzinsels te scheiden. Zij pleit daarom voor meer aandacht voor kritisch denken en het controleren van bronnen.

Lees ook