Nederland had begin 2026 ruim 19.000 fastfoodzaken, tegenover 10.000 in 2007. Daarmee is het aantal in twintig jaar bijna verdubbeld. Fastfoodzaken omvatten onder meer hamburgerketens, cafetaria's, broodjeszaken, eetkramen en ijssalons.
Van de 38.600 eetgelegenheden in Nederland bestaat iets meer dan de helft uit fastfoodzaken. Sinds 2020 zijn er meer fastfoodzaken dan reguliere restaurants. Ook het aantal restaurants groeide in die periode, van ruim 11.000 in 2007 naar 19.000 begin dit jaar.
De coronapandemie leidde niet direct tot een daling van het aantal horecazaken. In 2020 en 2021 nam het aantal restaurants en fastfoodzaken nog toe. In 2023 was voor het eerst een beperkte afname zichtbaar, met enkele tientallen zaken minder. Daarna zette de groei opnieuw in.
Grote steden tellen veel zaken
Het aantal fastfoodzaken hangt doorgaans samen met het inwonertal van een gemeente. Landelijk zijn er gemiddeld ongeveer 1,1 fastfoodzaak per duizend inwoners. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn samen goed voor bijna een vijfde van alle fastfoodzaken.
Amsterdam heeft met 1.605 zaken het grootste aantal. Rotterdam telt er 975, Den Haag 790 en Utrecht 445. De aantallen zeggen niet altijd iets over de dichtheid per inwoner, omdat toerisme en bezoekersstromen daarbij ook een rol spelen.
Op de Waddeneilanden is het aantal fastfoodzaken per duizend inwoners het hoogst. Vlieland telt 8,3 zaken per duizend inwoners, Ameland 4,3, Schiermonnikoog 4,1 en Terschelling 3,1. Ook Zeeuwse kustgemeenten en Zandvoort hebben relatief veel fastfoodzaken.
In het oosten en noordoosten ligt de dichtheid juist onder het landelijke gemiddelde. Staphorst heeft met 0,3 fastfoodzaken per duizend inwoners de laagste verhouding. Dat is bijna vier keer lager dan het gemiddelde in Nederland.



